Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken. Straks was ik nog nergens bang voor, maar nu ben ik bang voor alles. Ik zal vast een figuur slaan.

— Zwijg dan. Zit stil en zwijg.

— Het zal niet kunnen; ik ben zeker dat ik van angst zal redeneeren, en van angst de vaas zal breken. Misschien zal ik op den gladden vloer uitglijden, of zal er iets van dien aard gebeuren, dat overkwam mij vroeger al eens meer; ik zal er dezen heelen nacht van droomen; waarom hebt gij gesproken ?

Aglaja keek hem somber aan.

— Weet ge wat: het beste is dat ik morgen wegblijf! Ik zal me ziek melden, dan is 't afgeloopen! besloot hij eindelijk.

Aglaja stampvoette en werd zelfs wit van kwaadheid.

— Heere! Is zoo iets ooit ergens beleefd ? Hij zal wegblijven, als opzettelijk voor hem.... O God! Dat is een genoegen, te doen te hebben met zoo'n onzinnig mensch, als gij!

— Goed, ik zal komen, ik zal komen! haastte zich de vorst haar te onderbreken, — en ik geef u mijn eerewoord, dat ik den heelen avond zal blijven zitten, zonder een woord te spreken. Dat zal ik doen.

.— Daaraan zult ge goed doen. Ge hebt net gezegd: „ik zal me ziek melden"; waar hebt ge nu die uitdrukking weer vandaan? Wat hebt ge er toch voor een plezier in om tegen mij in dergelijke uitdrukkingen te spreken? Is het om mij te plagen, of wat anders?

— Pardon; dat is ook een schooluitdrukking; ik zal het niet weer doen. Ik begrijp best, dat gij... om mij bang zijt.... (word nu niet boos!), en daar ben ik erg blij om. Ge kunt niet gelooven wat voor een angst ik nu heb en hoe blij ik over uw woorden ben. Maar al die angst, dat verzeker ik u, die beteekent allemaal niets en is onzinnig. Heusch, Aglaja! Maar de vreugde blijft. Ik vind 't heerlijk, dat gij zoo'n kind zijt, zoo'n lief, goed kind! Ach Aglaja, hoe mooi kunt ge soms zijn!

Sluiten