Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aglaja zou zeker boos zijn geworden en was dat ook al van plan, maar eensklaps maakte zich een voor haar zelf onverwacht gevoel, in één oogwenk, van heel haar ziel meester.

■— En zult ge mij nimmer verwijten doen over mijn harde woorden van nu.... later ? vroeg ze plotseling.

— Wat denkt ge, wat denkt ge toch ? En waarom hebt ge weer zoo'n kleur gekregen ? Kijk en nu ziet ge weer somber! Gij ziet tegenwoordig soms zeer somber, Aglaja, zooals gij vroeger nimmer deedt. Ik weet, waarom ....

— Zwijg, zwijg!

— Nee; 't is beter te spreken. Ik heb het allang willen zeggen; ik heb het al gezegd, maar... dat gaf weinig omdat gij mij niet geloofd hebt. Tusschen ons staat toch een wezen...

— Zwijg, zwijg, zwijg, zwijg, onderbrak hem Aglaja plotseling, terwijl ze hem vast bij de hand greep en hem bijna met ontzetting aanzag. Op dat oogenblik riep men haar; als opgelucht verliet ze hem en snelde heen.

De vorst was den heelen nacht koortsig. Wonderlijk, hij was dat nu al meerdere nachten achtereen. Dit keer kwam hem in zijn halven ijltoestand de gedachte : wat zou het zijn, als hij nu toch morgen eens een toeval kreeg, terwijl allen er bij waren ? Hij had immers wel meer toevallen gehad in wakenden toestand? Hij verstarde bij die gedachte; den heelen nacht stelde hij zich voor dat hij in een zonderling en ongehoord gezelschap was, te midden van zonderlinge menschen. Hoofdzaak was, dat hij „redeneerde"; hij wist, dat hij niet moest spreken, maar hij sprak al door; hij wilde hen van iets overtuigen. Jevgeny Pavlowitch en Hippolyt waren ook onder de gasten en schenen dikke vrienden.

Om negen uur werd hij wakker met hoofdpijn, ontredderde gedachten en vreemde indrukken. Er was iets, dat hem ergen lust gaf om Rogoshin te bezoeken; om hem te bezoeken en lang met hem te praten, — waarover precies, dat wist hij zelf niet; daarop nam hij al het vaste besluit om naar Hippolyt te gaan. Er was iets zoo onklaars in hem, dat al wat dien morgen met hem gebeurde wel een bizonder

Sluiten