Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Van wie? Aan wie?

Maar het was uiterst moeilijk om sommige „ophelderingen" van Lebedef te begrijpen en er ook maar iets uit te maken. Voor zoover de vorst het zich kon voorstellen, was de brief 's morgens vroeg door een dienstmeisje aan Wjera Lebedef gebracht om hem aan zijn adres te bezorgen „net zoo als vroeger ook.... net zoo als vroeger ook, aan een zeker personage en van die dame (want de eene der beiden duid ik aan met den naam: „dame" en de andere enkel als „personage", vanwege de minderwaardigheid en het onderscheid; want er is een groot onderscheid tusschen een onschuldige

en hoogedele generaalsdochter en een „dame aux came-

lias") en zoo kwam de brief van de dame, wier naam met een A begint" ....

— Hoe is dat mogelijk? Aan Nastasja Filippovna? Onzin! riep de vorst uit.

— 't Is waar, 't is waar, maar niet aan haar, maar aan Rogoshin, maar dat is alles hetzelfde,... aan Rogoshin ... en zelfs is er eens een geweest om te bezorgen aan meneer Terentjef van de dame met de letter A, knipoogde en glimlachte Lebedef.

Aangezien hij telkens van het een op het ander oversprong en vergat waarover hij begonnen was, hield de vorst zich stil om hem gelegenheid te geven uit te spreken. Maar toch was het bizonder onduidelijk: namelijk of nu door zijn, dan wel door Wjera's bemiddeling die brieven gingen ? Als hij zelf beweerde, dat het ,,'t zelfde was aan Rogoshin als aan Nastasja Filippovna", dan was het dus het best aan te nemen dat niet hij ze overbracht, indien er al brieven waren geweest. Op welke wijze de brief hem nu in handen gevallen was, bleef echter volkomen duister; als het allerwaarschijnlijkst moest men wel veronderstellen dat hij hem, hoe dan ook, aan Wjera ontfutseld had, dat hij hem stilletjes had gestolen en met een of andere bedoeling aan Lisaweta Prokofjevna had gebracht. Zoo stelde de vorst het zich eindelijk voor en begreep hij het.

Sluiten