Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij al van te voren al te zeer ingesteld was op een gelukkigen indruk.

Maar intusschen waren al deze lieden — hoewel ze zeker „huisvrienden" waren in een „onder-ons" — op geen stukken na zulke „huisvrienden" en zoo in een „onder-ons" als waarvoor de vorst hen aanzag, dadelijk toen hij aan hen was voorgesteld en met hen kennis gemaakt had. Daar waren er, die nooit en voor niets ter wereld de Jepantschins ook maar eenigermate als huns gelijken zouden hebben geacht. Er waren er die zelfs grondig aan elkaar het land hadden. De oude Bjelokonskaja had haar heele leven de vrouw van het „oude hooggeplaatste heertje" „veracht" en deze was op haar beurt er verre vandaan, dat zij van Lisaweta Prokofjevna zou houden. Die „hoogmogende", haar man, die uit een of anderen grond de Jepantschins van hun jeugd af geprotegeerd had, en nu daar de eereplaats innam, was zulk een ontzaglijke persoonlijkheid in de oogen van Iwan Fjodorowitch, dat deze in zijn tegenwoordigheid voor geen andere gevoelens dan eerbied en vrees plaats had, en zich zelfs eerlijk zou verachten, indien hij zich ook maar één oogenblik als diens gelijke, en niet den ander als den almachtigen Jupiter had aangezien. Er waren daar lieden, die elkaar sedert meerdere jaren niet hadden ontmoet, en niets voor elkaar voelden dan onverschilligheid, indien al geen afkeer, maar die thans hier bij elkaar kwamen, alsof ze elkaar gisteren nog in het vriendschappelijkst en aangenaamst gezelschap hadden getroffen. De gasten waren trouwens niet talrijk. Behalve Bjelokonskaja en de „hoogmogende", die werkelijk een persoon van gewicht was, met zijn vrouw, was er ten eerste een zeer soliede generaal, een baron of graaf met Duitschen naam, een heel zwijgzaam mensch, met de reputatie eener verwonderlijke kennis van regeeringszaken en zelfs bijna met de reputatie van geleerdheid, — een van die olympische administrateurs, die alles kennen „behalve misschien Rusland zelf", een man die alle vijf jaar een woord sprak „merkwaardig door zijn diepte", dat beslist tot spreek-

Sluiten