Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar nu eigenlijk aan die gedachte voor bizonder verrassends was, zou hij zelf niet hebben kunnen verklaren; hij voelde slechts dat dit hem tot in het hart raakte, en stond daar in een bijna mystieke ontzetting. Nog een oogenblik, en het was of alles voor hem zich verwijdde, in plaats van ontzetting kwam licht en vreugde, verrukking, zijn adem werd beklemd en .... maar het oogenblik ging voorbij. Goddank, het was niet dat geweest! Hij schepte weer adem en zag in 't rond.

Lang scheen het alsof hij het rondom hem wemelende gewirwar niet begreep, dat is te zeggen, hij begreep het heel goed en zag alles, maar hij stond daar als een apart mensch, die nergens deel aan nam en die als de onzichtbare in het sprookje de kamer binnen was geslopen en toeschouwer was bij menschen* met wie hij niet te maken had, maar die hem belang inboezemden. Hij zag, hoe men de scherven opruimde, hij hoorde haastige gesprekken, hij zag Aglaja die bleek was, en hem vreemd aankeek, heel vreemd ; er was niets van haat in haar oogen en niets van toorn; zij keek verschrikt naar hem, maar met zulk een sympathie en ze zag de anderen met zulke fonkelende blikken aan.... plots voelde zijn hart een zoete pijn. Eindelijk ontdekte hij met zeldzame verbazing, dat allen waren gaan zitten en zelfs lachten, alsof er niets gebeurd was! Na een oogenblik werd het gelach luider; zij lachten reeds terwijl zij naar hem keken, naar zijn starre verstomming, maar zij lachten vrindschappelijk, opgewekt; velen kwamen iets tegen hem zeggen en spraken zoo vriendelijk; en als eerste kwam Lisaweta Prokofjevna; zij sprak lachend en zei zelfs iets heel, heel goedigs. Eensklaps voelde hij, dat Iwan Fjodorowitch hem vrindschappelijk op den schouder klopte; Iwan Petrowitch lachte ook; maar nog welwillender, nog innemender, nog meevoelender was de grijsaard; hij nam den vorst bij de hand en zachte klapjes daarop gevend met de palm zijner andere hand, bracht hij hem al pratend weer tot zichzelf, alsof hij een verschrikte kleine jongen was, wat den vorst zeer behaagde, en deed hem eindelijk vlak naast zich plaats nemen.

Sluiten