Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vorst begon te beven.

— Een briefje ?

— Nee, mondeling; en dan speelde zij het nog maar met moeite klaar. Zij laat u dringend vragen, om vandaag den heelen dag geen oogenblik uit te gaan, tot zeven uur vanavond toe, of wel tot negen, dat heb ik niet goed gehoord.

— Maar, waarvoor dan toch? Wat beteekent dat?

— Daar weet ik niets van ; zij heeft mij enkel opgedragen het in alle geval over te brengen.

— Heeft ze dat ook zoo gezegd: „in alle geval"?

— Neen, dat heeft ze niet ronduit gezegd ; ze had nauwelijks gelegenheid om terwijl ze wegging iets mee te deelen, gelukkig kon ik het nog opvangen. Maar het was wel aan haar gezicht te zien hoe de opdracht bedoeld was : of het was „in elk geval" of niet.. Ze keek mij zoo aan, dat mij het hart stilstond .. .

Nog enkele vragen .... maar de vorst werd niets meer gewaar, daarentegen greep de onrust hem nog sterker aan. Toen hij alleen was gebleven, ging hij op den divan liggen en begon weer te denken. „Misschien dat iemand daar bij hen zal zijn tot negen uur, en dat ze weer bang is, dat ik, waar gasten bij zijn, weer zal doorslaan," bedacht hij eindelijk, en opnieuw begon hij ongeduldig den avond af te wachten en op het horloge te kijken. De oplossing kwam echter lang voor den avond, en ook in den vorm van een nieuw bezoek, een oplossing in de gedaante van een nieuw, kwellend raadsel: juist een half uur nadat de Jepantschins weg waren, kwam Hippolyt bij hem, zoo vermoeid en uitgeput dat hij dadelijk zonder een woord te zeggen, letterlijk in een leunstoel viel en een oogenblik in een ondragelijk hoesten uitbarstte. Hij hoestte tot hij bloed opgaf. Zijn oogen glinsterden en roode vlekken kleurden de wangen. De vorst mompelde iets tegen hem, maar hij antwoordde niet en terwijl hij ook nog in lang geen antwoord geven kon, wenkte hij slechts met de hand, om hem voorloopig met rust te laten. Eindelijk kwam hij bij.

— Ik ga weg! bracht hij eindelijk, boven zijn kracht, heesch uit.

Sluiten