Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vorst stokte zichtbaar bewogen, ofschoon het Hyppolyt toch ergerde, dat hij niet verwonderd was.

— Ge wist het! Dat is wat nieuws! Maar.... trouwens, vertel het mijnentwegen ook niet.... maar ge waart heden geen getuige van het onderhoud?

— Ge hebt gezien, dat ik er niet was, indien gij er zelf zijt geweest.

— Nu, misschien hebt ge ergens achter een boschje gezeten. Overigens ben ik natuurlijk in elk geval blij voor u; ik had al gedacht, dat Gavrila Ardaljonowitch ... de voorkeur had !

— Ik verzoek u, Hippolyt, om daarover niet met mij te spreken, en dan nog wel met zulke uitdrukkingen.

— Te meer, omdat ge al alles weet.

— Dat hebt ge mis. Ik weet bijna niets, en het is Aglaja Iwanovna uitnemend bekend, dat ik niets weet. Ik wist zelfs ook niets precies over dat onderhoud .... Ge zegt, dat zij een onderhoud hebben gehad? Nu goed, stappen we hiervan af

— Maar hoe is dat nu: nu eens wist ge het en dan weer wist ge het niet ? Ge zegt: „goed, stappen we daarvan af" ? Ik zou zeggen, wees niet zoo goed van vertrouwen! Vooral niet, indien ge niets weet. Daarom zijt ge ook goed van vertrouwen, omdat ge niets weet. Weet ge bijvoorbeeld, waarop die twee menschen rekenen, dat broertje en dat zusje? Vermoedt ge dat misschien ook 1.... Goed, goed, ik stap ervan af, ging hij voort, toen hij een ongeduldig gebaar van den vorst bemerkte; — maar ik ben voor een bijzondere zaak gekomen en wil daarover.... ophelderingen geven. De duivel hale me, dat het absoluut onmogelijk is om te sterven zonder ophelderingen; het is ontzettend, zooveel ophelderingen ik moet geven. Wilt ge luisteren?

— Spreek, ik luister.

— Maar ik zal toch nog maar mijn plan wijzigen: ik wil toch met Ganetschka beginnen. Ge moet u voorstellen, dat ook ik vandaag was opgevorderd om bij de groene bank te komen. Trouwens, ik wil niet liegen; ik had zelf op een

Sluiten