Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Laten we dan gaan; ge weet dat ge mij beslist moet vergezellen. Ik hoop, dat ge toch eenigermate in staat zijt om uit te gaan.

— Ik ben in staat, maar is dit dan mogelijk?

Hij brak oogenblikkelijk af en kon niets verder zeggen. Dit was zijn eenige poging om de zinnelooze tegen te houden, daarna volgde hij haar zelf, als een slaaf. Hoe verward zijn gedachten ook waren, toch begreep hij, dat zij ook zonder hem daarheen zou gaan, en dus moest hij in elk geval met haar mee. Hij vermoedde de kracht van haar beslistheid, hij kon dien wilden drang niet keeren. Zij gingen zwijgend, den ganschen weg zeiden ze ternauwernood een woord. Maar hij merkte op dat zij den weg goed wist en toen hij een wat verdere zijstraat wilde nemen, omdat daar de weg rustiger was, luisterde zij als met gespannen aandacht en antwoordde kortaf: „ t komt er niet op aan !" Toen zij al bijna vlak bij het huis van Darja Alexejevna waren (een groot en oud houten huis), kwam een weelderig gekleede dame met een jong meisje de stoep af; beiden zetten zich in een prachtig rijtuig, dat daar stond te wachten. Zij lachten en praatten luid, en sloegen niet de minste acht op de aankomenden, alsof ze hen niet hadden opgemerkt. Zóo dat het rijtuig was weggereden ging de deur opnieuw open en liet Rogoshin, die hen afwachtte, den vorst en Aglaja binnen; dan sloot hij achter hen de deur.

— In het heele huis is nu niemand, behalve wij vieren, merkte hij luid op en zag den vorst vreemd aan.

In het eerste vertrek wachtte Nastasja Filippovna, ook heel eenvoudig gekleed en geheel in 't zwart; zij stond bij de begroeting op, maar zonder glimlach, en reikte den vorst zelfs geen hand.

Haar vorschende en onrustige blik keerde zich ongeduldig naar Aglaja. Zij gingen ver van elkaar zitten, Aglaja op den divan in den hoek der kamer, Nastasja Filippovna bij het raam. De vorst en Rogoshin bleven staan, men vroeg hen ook niet om te gaan zitten. De vorst keek onzeker en als smartelijk

Sluiten