Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Van die omstandigheden zijt gij de schuld, niet ik! stoof plots Nastasja Filippovna op. — Gij zijt niet door mij, maar ik ben door u uitgenoodigd, en ik weet nog altijd niet waarom ?

Aglaja hief trots het hoofd op.

— Houd uw tong in toom; ik kwam niet om met dat speciale wapen van u met u te strijden ....

— Ah! Dus zijt ge toch gekomen om „te strijden" ? Stel u voor, ik dacht alleen, dat ge ... . scherpzinniger ....

Beiden zagen elkander al aan zonder hun boosheid meer te verbergen. Een dier vrouwen was dezelfde die nog zoo pas geleden aan de andere zulke bizondere brieven had geschreven. En zie, nu was bij de eerste ontmoeting en bij de eerste woorden, alles verwaaid. Hoe kwam dat ? Het scheen dat op dat oogenblik geen der vier, die zich in het vertrek bevonden, daar zelfs ook maar door bevreemd was. De vorst, die gisteren nog niet aan de mogelijkheid zou hebben geloofd, dat hem dit zelfs in den droom zou kunnen verschijnen, stond daar nu, zag toe en luisterde, alsof hij dat alles al lang had voorvoeld. De meest fantastische droom had zich plots in de klaarste en scherpst geteekende werkelijkheid verkeerd. Een dier beide vrouwen verachtte op dat oogenblik de andere zoozeer en wenschte zoozeer haar dat te zeggen (Rogoshin zei den volgenden dag: misschien is ze zelfs alleen daarom wel gekomen), dat, hoe fantastisch die andere ook mocht zijn, met haar verwarden geest en kranke ziel, toch naar het scheen, geen enkele vooropgezette idee sterk genoeg tot weerstand zou zijn tegen de giftige, puur vrouwelijke verachting harer mededingster. De vorst was ervan overtuigd, dat Nastasja Filippovna niet zelf over de brieven zou beginnen, en hij raadde wel aan haar schitterende oogen hoeveel haar thans die brieven kostten; maar hij zou zijn halve leven er voor over hebben, als Aglaja er nu ook niet over begon.

Maar het was of Aglaja zich plotseling beheerschte en ineens weer zichzelf meester werd.

50

Sluiten