Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin die wenschen eigenlijk op dit oogenblik bestonden, hoe bijvoorbeeld de toestand van onzen held op het huidige moment zou moeten bepaald worden, en zoo voort, en zoo voort in dien trant, dan zouden wij, dat erkennen we, de grootste moeite hebben om te antwoorden. Wij weten slechts één ding: dat het huwelijk werkelijk was vastgesteld en dat de vorst zelf Lebedef, Keiler en een kennis van Lebedef, die deze bij die gelegenheid den vorst had voorgesteld, had gevolmachtigd om alle bemoeienissen in deze zaak, zoowel kerkelijke als huiselijke, op zich te nemen, dat hij last had gegeven om niet op geld te zien, dat Nastasja Filippovna tot het huwelijk had gedrongen en er op had gestaan, dat de vorst Keiler als getuige had genomen, op diens eigen vurigen wensch, dat voor Nastasja Filippovna het Boerdovsky zou zijn, die deze benoeming met geestdrift had aangenomen, en dat de dag van het huwelijk in begin Juli was vastgesteld. Maar behalve deze, absoluut juiste, omstandigheden zijn ons ook nog enkele feiten bekend die ons beslist verbluffen, namelijk, doordat ze de voorgaande weerspreken. Wij hebben bijvoorbeeld een sterk vermoeden, dat de vorst, toen hij Lebedef en de anderen volmacht gaf om voor alle bemoeienissen te zorgen, op denzelfden dag al bijna vergeten was, dat hij een ceremoniemeester, een getuige, een bruiloft zou hebben en dat al trof hij ook zoo snel mogelijk beschikkingen, door anderen de zorgen op te dragen, hij dit enkel deed om er niet zelf aan te denken en zelfs misschien wel, om het zoo gauw mogelijk te vergeten. Maar waaraan dacht hij zelf dan, in dat geval, wat wilde hij zich herinneren en waarnaar trachtte hij? Er is ook geen twijfel aan, dat hij niet onder dwang handelde, (van den kant van Nastasja Filippovna bijvoorbeeld). Werkelijk had Nastasja Filippovna het huwelijk zoo gauw gewenscht en had zij het uitgedacht en geenszins de vorst; maar de vorst had vrijwillig toegestemd; zelfs eenigermate verstrooid en op een manier alsof men hem iets vrij alledaagsch had gevraagd. Vele zulke zonderlinge feiten staan

Sluiten