Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reed klonken stemmen, noemde men zijn naam, wees men naar hem, werd de naam van Nastasja Filippovna gehoord. Men keek ook of zij op de begrafenis was, maar dat was niet 't geval. Evenmin was de kapiteinsweduwe op de begrafenis, Lebedef had haar nog in tijds weten weg te houden. De doodendienst maakte op den vorst een sterken en ziekelijken indruk; in antwoord op een vraag van Lebedef terwijl ze nog in de kerk waren, fluisterde hij dien toe, dat hij voor den eersten keer een orthodoxe uitvaart bijwoonde en dat hij zich enkel nog een uitvaart in een dorpskerk herinnerde uit zijn kindsheid.

— Ja, kan men gelooven dat daar dezelfde man in die kist ligt, dien wij nog zoo kort geleden tot voorzitter benoemden, bij u, herinnert ge u nog ? fluisterde Lebedef den vorst toe. — Wien zoekt ge?

— Zoo maar, niets, het scheen mij....

— Toch Rogoshin niet?

— Is hij dan soms hier?

— In de kerk.

— Het was mij al of ik zijn oogen zag, mompelde de vorst verward, — maar hoe is dat dan.... waarom is hij hier? Is hij genoodigd?

— Met geen gedachte! Hij is immers zelfs heelemaal geen kennis. Maar er zijn hier toch van allerlei menschen, publiek. Waarom verbaast ge u zoo? Ik ontmoet hem tegenwoordig dikwijls; ik heb hem de vorige week hier in Pavlovsk al vier maal ontmoet.

— Ik heb hem nog geen enkele maal gezien .... sedert dien tijd, zei de vorst dof.

Aangezien Nastasja Filippovna hem ook nog nooit had meegedeeld, dat zij Rogoshin „sinds dat oogenblik" gezien had, maakte de vorst nu de gevolgtrekking, dat Rogoshin met een opzettelijke bedoeling hem uit de oogen bleef. Dien heelen dag was hij zeer peinzend; Nastasja Filippovna was echter heel den dag en heel den avond bizonder opgewekt.

Sluiten