Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den vorst maakten ze alles voor ontvangst en onthaal gereed. Overigens stelden ze zich voor, dat na net trouwen maar een heel klein gezelschap zou komen: behalve de onmisbaren, die bij het trouwen aanwezig moesten zijn, waren door Lebedef de Ptitzins, Ganja, de dokter met de Annaorde om den hals en Darja Alexejevna genoodigd. Toen de vorst nieuwsgierig bij Lebedef geïnformeerd had, hoe hij op de gedachte gekomen was om den dokter uit te noodigen, die hem „bijna onbekend was, had Lebedef zelfvoldaan geantwoord: „hij heeft een orde aan, t is een achtenswaardig man voor de sta," en de vorst had gelachen.

Keiler en Boerdovsky, in rok en met handschoenen, zagen er zeer netjes uit, alleen verontrustte Keiler den vorst altijd nog eenigszins door een open vertoon van vechtlustigheici, ook keek hij bar vijandig naar de kijkgragen, die zich rondom het huis verzamelden. Eindelijk, om half acht, reed de vorst naar de kerk. Merken we inmiddels op, dat hij zelf met opzet geen enkele der heerschende gebruiken en gewoonten wilde verwaarloozen; alles geschiedde publiek, in t licht, en „zooals het hoorde." In de kerk vond de vorst zijn weg door de menigte heen, onder voortdurend gefluister en geroep van het publiek, geleid door Keiler, die rechts en links dreigende blikken wierp; dan verdween hij voorloopig achter het altaar, terwijl Keiler zich naar de bruid begaf, waar hij bij de stoep van Darja Alexejevna s huis een menigte aantrof, die niet alleen twee a driemaal dichter was, dan bij den vorst, maar misschien ook wel driemaal levendiger, i oen hij de stoep opging, hoorde hij zulke uitroepen, dat het hem te machtig werd en hij zich al vierkant naar het publiek keerde om een toepasselijk woord te spreken; gelukkig werd hij echter gestuit door Boerdovsky en Darja Alexejevna, die ijlings de stoep af kwamen; zij namen hem mee en brachten hem met geweld in de kamer. Keiler was geprikkeld en drong tot haast. Nastasja Filippovna stond op, keek nog eenmaal in den spiegel, maakte, met een „scheeven glimlach, gelijk Keiler later beweerde, de opmerking dat ze „bleek als

Sluiten