Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een doode" was, boog eerbiedig voor het heiligenbeeld en ging de stoep af. Een dof stemgegons begroette haar verschijnen. Zeker, in het eerste oogenblik hoorde men lachen, applaudisseeren, iets als gefluit, maar een oogenblik later klonken ook andere stemmen:

— Wat is ze mooi! riep men in de menigte.

— Zij is niet de eerste en zal niet de laatste zijn!

— De bruidskrans bedekt alles, stommerikken!

— Nee, vind me nog maar eens zoo'n schoonheid, hoera! riepen de dichtstbijzijnden.

— Een koningin! Voor zoo'n koningin zou ik mijn ziel verkoopen! riep de een of andere kanselarist. — De prijs van mijn leven voor een nacht!

Toen Nastasja Filippovna buiten kwam was zij werkelijk zoo wit als een doek, maar haar groote zwarte oogen glansden naar de menigte als gloeiende kolen; en de menigte was tegen dien blik niet bestand, de verontwaardiging verkeerde in kreten van geestdrift. Reeds was het portier van het rijtuig open, reeds bood Keiler de bruid de hand, toen zij eensklaps een uitroe pslaakte en zich de stoep af recht de menigte in stortte. Haar heele geleide stond star van verbazing, de menschen vóór haar weken uiteen en op vijf, zes pas van de stoep verscheen plotseling Rogoshin. Het was ook zijn blik midden uit de menigte, die Nastasja Filippovna had gevoeld. Als ontzind vloog ze op hem toe, greep hem bij beide handen :

— Red mij! Neem mij mee! Waarheen je wilt, dadelijk!

Rogoshin droeg haar bijna in zijn armen in het rijtuig.

Direct daarop nam hij honderd roebel uit zijn portemonee en reikte ze den koetsier.

— Naar het station; en nóg honderd als je den trein haalt!

Dan volgde hij zelf Nastasja Filippovna met een sprong en sloeg het portier dicht. De koetsier bedacht zich geen oogenblik en legde de zweep erover. Keiler gaf later de schuld aan het onverwachte; „nog een seconde, en ik was

Sluiten