Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minste velen, die het later vertelden. Het scheen dat hij erg verlangen had om thuis te komen en zoo gauw mogelijk alleen te zijn; maar dat was hem niet vergund. Eenige der genoodigden volgden hem de kamer binnen, o.a. Ptitzin, Gavrila Ardaljonowitch, en bovendien de dokter, die evenmin plan had heen te gaan. Behalve dat was het heele huis letterlijk belegerd door een publiek van leegloopers. De vorst was nog niet binnen of hij hoorde, hoe Lebedef en Keiler in heftige woordenwisseling waren met enkele totaal onbekende lieden, zoo op het oog ambtenaren, die met alle geweld het terras op wilden. De vorst ging naar de strijdenden toe, vroeg wat er te doen was, en wendde zich, terwijl hij Lebedef en Keiler vriendelijk ter zijde schoof, fijn-beleefd tot een stevig, al grijzend heer, die op de treden van de trap stond als voorman van eenige andere begeerigen, en noodigde hem uit om hem de eer van zijn bezoek te willen gunnen. De heer werd verlegen, maar kwam toch, dan een tweede, een derde. In de massa bleken nog zeven a acht liefhebbers, die ook naar binnen gingen en dat zoo ongedwongen mogelijk trachtten te doen; meerdere vrijwilligers daagden niet op en heel gauw begonnen de achtergeblevenen de neuswijzen te veroordeelen. De vorst deed de binnenkomenden plaats nemen, knoopte een gesprek aan, liet thee presenteeren, en dat alles zeer correct, bescheiden, eenigermate tot verbazing der bezoekers. Zeker, er werden enkele pogingen gewaagd om het gesprek lustig te maken, en het op het „passende" onderwerp te brengen; en werden enkele onbescheiden vragen gedaan en eenige stekelige opmerkingen geplaatst. De vorst antwoordde echter allen zoo eenvoudig en hartelijk, en tegelijk met zulk een waardigheid, met zulk een vertrouwen in het fatsoen der gasten, dat de onbescheiden vragen vanzelf ophielden. Langzamerhand begon het gesprek bijna ernstig te worden. Een heer, die aan 't woord was gekomen, bezwoer eensklaps, met hevige verontwaardiging, dat hij, wat er ook mocht gebeuren, zijn bezittingen niet verkoopen zou; dat hij integendeel zou wachten en volhouden en dat een „onder-

Sluiten