Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neming beter was dan geld"; „zie, geachte heer, daarin bestaat nu mijn economie-systeem als ge het wilt weten." Aangezien hij zich tot den vorst had gewend, prees deze hem met warmte, ondanks het feit, dat Lebedef hem in het oor fluisterde, dat deze heer huis noch hof had en dat van geen bezitting bij hem sprake was. Een uur ging voorbij; men had thee gedronken en na de thee begon het den gasten eindelijk te bezwaren om nog langer te blijven zitten. De dokter en de grijze heer namen hartelijk afscheid van den vorst, en ook het afscheid van alle anderen was hartelijk en rumoerig. Wenschen en meeningen werden te kennen gegeven, in den geest van die, dat „er niets te betreuren viel en dat het misschien zoo wel alles het beste was" en dergelijke. Het is waar, enkele jongeren wilden om champagne vragen, maar de oudere gasten hielden hen tegen. Toen allen weg waren bukte Keiler zich naar Lebedef en zei: „Wij zouden lawaai geschopt hebben, er op los geslagen, geschimpt, de politie gehaald, en kijk, hij heeft zich nieuwe vrienden gemaakt, en dan nog wat voor; ik ken ze!" Lebedef, die tamelijk „onder de olie was, zuchtte en uitte: — „Hij heeft het voor de wijzen en verstandigen verborgen, maar aan de kinderkens geopenbaard, dat heb ik ook al eer op hem toegepast, maar nu zeg ik verder, dat God het kindeke ook zelf heeft beschermd, het van den afgrond heeft gered, Hij en alle Zijne heiligen.

Eindelijk, tegen half elf, liet men den vorst alleen ; hij had hoofdpijn. Kolja ging het laatst weg, nadat hij hem geholpen had om zijn trouwpak voor een huisjas te verwisselen. Zij namen innig afscheid. Kolja ging niet op het gebeurde in, maar beloofde den volgenden dag heel vroeg te komen. Naderhand getuigde hij, dat de vorst hem bij dat laatste afscheid van niets had verwittigd en dus zelfs voor hem zijn plan had verborgen. Spoedig was bijna niemand in het heele huis meer over; Boerdovsky was naar Hippolyt gegaan. Keiler en Lebedef waren er opuit getrokken. Alleen Wjera Lebedef was nog eenigen tijd in de kamers gebleven om ze ten spoedigste weer uit hun feestelijke in hun gewone aan-

Sluiten