Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI

>n uur later was hij reeds in Fetersburg en om tien uur belde hij bij Rogoshin aan. Hij was door den hoofdingang gekomen en lang stond hij daar zonder dat men hem opendeed. Eindelijk ging de deur der woning van de oude mevrouw Rogoshin

open en vertoonde zich een bejaarde nette dienstbode.

.— Parfen Semjonowitch is niet thuis, zei ze vanuit de deur, — wien moet u hebben ?

— Parfen Semjonowitch.

—- Hij is niet thuis.

De dienstbode zag den vorst met felle verwondering aan.

— Zeg mij dan tenminste of hij thuis overnacht heeft ? En ... is hij gisteren alleen thuis gekomen?

De dienstbode bleef hem aankijken maar gaf geen antwoord.

— Was hier gisterenavond.... Nastasja Filippovna niet bij hem ?

— Maar mag ik u vragen, wie u zelf zijt ?

— Vorst Ljev Nikolajewitch Myschkin, wij zijn heele goede kennissen.

— Hij is niet thuis.

Zij sloeg de oogen neer.

— En Nastasja Filippovna?

.— Daar weet ik niets van.

.— Wacht! Wacht! Wanneer komt hij terug?

— Dat weet ik ook niet.

De deur werd gesloten.

De vorst besloot over een uur terug te komen. Toen hij eens even den hof in keek, ontdekte hij den huisknecht.

— Is Parfen Semjonowitch thuis ?

— Ja.

— Hoe kon men mij dan net zeggen, dat hij niet thuis was?

— Heeft men u dat bij hem gezegd?

— Nee, de dienstbode van zijn moeder, maar ik had bij Parfen Semjonowitch gebeld, niemand heeft opengedaan.

Sluiten