Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordjes kon hij zelfs opmaken, dat de schoone Duitsche twee weken geleden met Nastasja Filippovna in onmin was geraakt, zoodat zij al die dagen niets van haar gehoord had en nu met allen nadruk te kennen gaf, dat het haar ook niet interesseerde iets te hooren, „al zou zij met alle vorsten ter wereld trouwen." De vorst maakte zich haastig uit de voeten. De gedachte kwam ook o.a. bij hem op, of zij misschien niet, evenals toen, naar Moskou zou zijn getrokken, en Rogoshin haar natuurlijk achterna of misschien ook wel met haar mee. „Als er tenminste maar eenig spoor was te ontdekken!" Hij herinnerde zich echter, dat hij in het hotel een kamer moest nemen en haastte zich naar de Litejnaja; hij kreeg er terstond een. De kellner vroeg of hij niet wilde eten; in zijn verstrooidheid antwoordde hij van ja en was, tot bezinning komende, woedend op zich zelf, omdat het eten hem minstens een half uur zou kosten en eerst daarna maakte hij uit, dat hij door niets gebonden was en het eten kon laten staan. Een vreemd gevoelen maakte zich in die donkere, bedompte gang van hem meester, een gevoelen dat martelende pogingen deed om tot een gedachte te worden; en hij kon maar steeds niet vermoeden wat dat voor een nieuwe, zich opdringende gedachte was. Eindelijk verliet hij het hotel, hij was zichzelf niet meer; zijn hoofd duizelde; maar — waarheen dan? Hij liet zich weer naar Rogoshin brengen.

Rogoshin was niet teruggekeerd ; op zijn bellen kreeg hij geen gehoor; dan belde hij bij de oude mevrouw Rogoshin: daar deed men open en verklaarde ook, dat Parfen Semjonowitch niet thuis was, en misschien wel drie dagen zou wegblijven. Het verontrustte den vorst, dat men hem, evenals te voren, met zoo'n felle nieuwsgierigheid opnam. Den knecht ontdekte hij dit keer heelemaal niet. Evenals zoo straks stak hij, toen hij wegging, over naar het trottoir der andere zijde, keek naar de ramen en bleef in de ondragelijke hitte daar een half uur, of misschien wel langer, op en neer loopen; ditmaal bewoog zich niets, de ramen gingen niet open, de witte gordijnen bleven onbewegelijk. Tenslotte was hij ervan overtuigd, dat

Sluiten