Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raakte iemand, in de menigte, plotseling zijn elboog aan en zei halfluid, vlak bij zijn oor:

— Ljev Nikolajewitch, ga mee, broeder, het moet.

Het was Rogoshin.

Zonderling: de vorst begon hem dadelijk vreugdig te vertellen in gefluister en moeilijk uit zijn woorden komend, hoe hij pas nog in de gang, in het hotel, had gedacht dat hij er zijn zou.

— Ik ben daar geweest, antwoordde Rogoshin onverwachts. — Kom.

De vorst verbaasde zich over het antwoord, maar kwam eerst tot die verbazing na minstens twee minuten, toen hij erover na had gedacht. Maar toen schrok hij en begon Rogoshin oplettend aan te zien. Die liep al bijna een halven pas vooruit, recht voor zich uit starend en zonder op eenig hem tegenkomend mensch acht te geven, terwijl hij een ieder met een machinale voorzichtigheid uit den weg ging.

— Waarom hebt je niet op mijn kamer naar mij gezien, als je in het hotel waart ? vroeg de vorst eensklaps.

Rogoshin bleef staan, keek hem aan, dacht na, en zei, als had hij zijn vraag in 't geheel niet begrepen:

— Hoor, Ljev Nikolajewitch, nu ga jij hier recht door, direct naar het huis, weet je ? En ik zal aan den anderen kant gaan. Maar let op dat we samen blijven ....

Nadat hij dit gezegd had, stak hij de straat over, ging op het andere trottoir, keek of de vorst voortliep en wees hem, toen hij zag, dat hij bleef staan en hem met groote oogen na staarde, met de hand in de richting van de Gorochowaja; dan liep hij door, terwijl hij elk oogenblik zich omwendde en den vorst noodigde hem te volgen. Hij was zichtbaar opgewekter, toen hij zag, dat de vorst hem had begrepen en niet naar hem, naar het andere trottoir, overstak. Het kwam bij den vorst op, of Rogoshin iemand zou moeten bespieden dien hij onderweg niet voorbij wilde laten gaan, en dat hij daarom het andere trottoir genomen had. „Maar waarom heeft hij dan niet gezegd, wien hij moet hebben?" Zoo gingen

Sluiten