Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij hield den sleutel al in de hand. Bij het opgaan van de trap keerde hij zich om en waarschuwde den vorst dat deze zachter zou doen: zachtjes opende hij zijn huisdeur, liet den vorst binnen, volgde hem voorzichtig, sloot de deur achter zich en stak den sleutel in den zak.

—» Kom, zei hij fluisterend.

Al op het trottoir der Litejnaja was hij begonnen te fluisteren. Ondanks al zijn uiterlijke kalmte, was hij innerlijk ontzaglijk opgewonden. Toen zij in de zaal kwamen, vóór het kabinet, ging hij naar een raam en wenkte den vorst geheimzinnig tot zich:

.— Kijk, toen je te voren bij mij aan hebt gebeld was ik hier en heb ik dadelijk al vermoed dat je het zelf zou zijn; ik liep op de teenen naar de deur en daar hoorde ik dat je praatte met Pafnoetjefna; maar ik had haar 's morgens vroeg al opgedragen, dat, indien jij, of iemand die van jou kwam, of wie dan ook, bij mij zou kloppen, zij onder geen enkele voorwaarde iets zou zeggen; maar in 't bizonder indien jij naar mij' zoudt komen vragen, en ik had haar je naam genoemd. En toen je dan weg was schoot mij door het hoofd: wat, indien hij daar nu zou staan te kijken, of als hij zich op de straat posteert? Toen ging ik aan ditzelfde raam, hield het gordijn iets op zij, kijk, en daar stond je en keek me vlak in het gezicht Zie, zoo was dat geval.

— Waar is nu .... Nastasja Filippovna? zei de vorst naar adem hijgend.

•— Zij.... is hier, sprak Rogoshin langzaam, alsof hij met zijn antwoord een seconde gedraald had.

— Waar dan ?

Rogoshin richtte zijn oogen op den vorst en keek hem doordringend aan:

— Kom.

Hij sprak aldoor fluisterend en zonder haast, langzaam en eenigszins vreemd in gedachten als te voren. Zelfs toen hij dat van het gordijn vertelde, was het of hij met het verhaal iets heel anders wilde zeggen, ondanks het expansieve van zijn spreken.

Sluiten