Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorst eensklaps en stond op, over al zijn leden bevend. Ook Rogoshin stond op.

— Daar, fluisterde hij, met het hoofd naar het gordijn wenkend.

— Slaapt zij ? fluisterde de vorst.

Weer keek Rogoshin hem strak aan als zoo even.

— Kom dan maar!... Maar jij nu, ja kom !

Hij hief de portière op, bleef staan en keerde zich weer

naar den vorst:

— Kom binnen, wees hij naar de portière, hem noodigend voor te gaan. De vorst naderde.

— Het is daar donker, zij hij.

— Men kan zien! mompelde Rogoshin.

— Ik zie nauwelijks een bed.

— Ga dan dichterbij, stelde Rogoshin zacht voor.

De vorst kwam nog nader, een stap en nog een, dan bleef hij staan. Zoo stond hij een a twee minuten te kijken; beiden spraken geen woord al den tijd bij het bed; het hart sloeg den vorst zoo, dat het scheen of men het bij de doodelijke stilte van het vertrek, in de kamer moest hooren. Maar reeds gewenden zich zijn oogen aan het duister, zoodat hij het heele bed kon onderscheiden; iemand lag daar te slapen in een volmaakt onbeweeglijken slaap; niet het minste geruisch, niet de geringste ademhaling was te vernemen. De slapende was van het hoofd af bedekt door een wit laken, maar de ledematen teekenden zich eenigszins af: men kon enkel aan de verhoogingen zien, dat daar een mensch lag uitgestrekt. In 't rond, op het bed, aan het voeteneinde, op de leunstoelen vlak naast het bed, zelfs op den grond lagen uitgetrokken kleeren verspreid, een kostbare wit zijden japon, bloemen, linten. Op een klein tafeltje bij het hoofdkussen flonkerden de ordeloos-afgelegde briljanten. Aan het voeteneinde was een hoopje van wat kanten en tegen die witschijnende kanten teekende zich het puntje van een blooten voet, die onder het dek uitkwam, af: het scheen als uit marmer gebeiteld en was vreeselijk roerloos. De vorst keek en voelde

Sluiten