Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hoe meer hij keek, de kamer nog des te meer vervuld van dood en stilte werd. Plotseling zoemde een wakker geworden vlieg, vloog over het bed en werd bij het hoofdeinde stil. De vorst sidderde.

— Laten we gaan, raakte Rogoshin zijn hand aan.

Zij gingen en zetten zich weer op dezelfde stoelen, weer de een tegenover den ander. De vorst sidderde steeds heftiger en zijn vragende blik liet niet af van Rogoshin's gezicht.

— Ik zie, Ljev Nikolajewitch, dat ge siddert, zei Rogoshin eindelijk, — bijna net zoo als wanneer je je toeval krijgt, herinner je je, het was in Moskou? Of zooals het was op een keer vóór een toeval. En ik kan niet denken hoe ik nu met je aan moet....

De vorst luisterde met inspanning van alle krachten om te begrijpen, en altijd met zijn vragenden blik.

— Jij ? zei hij eindelijk en maakte een hoofdbeweging naar het gordijn.

— Ja ... ik..., fluisterde Rogoshin en sloeg de oogen neer.

Vijf minuten bleven zij zwijgen.

Eensklaps ging Rogoshin voort, als had hij zijn woorden zelfs niet onderbroken: — omdat men, als je nu ziek wordt, een toeval krijgt en schreeuwt, het misschien van de straat of in den hof zal hooren en zal vermoeden dat er menschen in huis overnachten, dan zal men kloppen en binnendringen, ... want ze denken allemaal, dat ik niet thuis ben. Ik heb ook geen kaars opgestoken opdat men het van de straat of uit den hof niet merkt. Immers als ik wegga, neem ik ook den sleutel mee en dan komt er twee, drie dagen niemand in, zelfs niet om op te redderen, dat heb ik zoo geregeld. En opdat men dus niet zal weten, dat wij hier vannacht zijn...

— Wacht, zei de vorst, — ik heb straks ook aan den knecht er de oude vrouw gevraagd : of Nastasja Filippovna hier niet overnacht had? Zij weten er dus al van.

— Ik weet, dat je dat gevraagd heb. Ik heb tegen Pafnoetjefna gezegd, dat Nastasja Filippovna gisteren is gekomen en ook gisteren weer naar Pavlovsk is gereisd en dat ze

Sluiten