Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezoekt vrij vaak, minstens elke paar maanden, zijn zieken vriend bij Schneider; maar Schneider fronst steeds bedenkelijker het hoofd; hij duidt op een algeheele ontreddering der verstandelijke organen en zonder nog beslist van ongeneeslijkheid te spreken, veroorlooft hij zich toch zeer sombere zinspelingen. Dat gaat Jevgeny Pavlowitch zeer ter harte en hij hééft hart, wat hij al bewijst, doordat hij brieven van Kolja krijgt en die brieven zelfs af en toe beantwoordt. Maar behalve dat is er nog een vreemde karaktertrek van hem bekend geworden ; en aangezien het een goede trek is haasten we ons om hem vast te stellen: na elk bezoek aan Schneiders inrichting zendt Jevgeny Pavlowitch, behalve aan Kolja, ook nog een brief aan een ander iemand in Petersburg, waarin hij den ziektetoestand van den vorst op dat oogenblik zoo nauwkeurig en sympathiek mogelijk voorstelt. Behalve dat deze brieven de allereerbiedigste verklaring van zijn hoogachting behelzen, beginnen er soms (en dat meer en meer) openlijke verklaringen van inzichten, begrippen, gevoelens in te verschijnen, in één woord, begint er iets door te schemeren dat op vriendschap en intimiteit lijkt. Die iemand, die met Jevgeny Pavlowitch in (nochtans vrij zeldzame) briefwisseling staat, en die zoozeer zijn aandacht en achting verwierf, is Wjera Lebedef. We hebben met geen mogelijkheid precies kunnen te weten komen, op welke wijze dergelijke betrekkingen zich hebben kunnen aanknoopen; zeker is de heele geschiedenis met den vorst er oorzaak van. Deze toch had Wjera zoo bitter bedroefd, dat zij zelfs ziek werd, maar wij weten niet wat in 't bizonder tot deze kennis en vriendschap heeft geleid. Wij maakten van die brieven wat omstandiger gewag uit hoofde van het feit, dat sommige ervan berichten bevatten over de familie Jepantschin, en in 't bizonder over Aglaja Iwanovna Jepantschina. In een tamelijk verwarden brief uit Parijs verzekerde Jevgeny Pavlowitch aangaande haar, dat ze na een korte en zonderlinge neiging voor een emigrant, een Poolschen graaf, plotseling met hem getrouwd was, tegen den wensch van haar ouders en dat, indien deze ook eindelijk hun toestemming

Sluiten