Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbintenissenrecht die verplichtingen vallen, welke uit het personen-, familie- of proces-recht voortkomen. Het huwelijk legt den echtgenooten de verplichting op elkaar trouw te zijn. Dat is een verplichting en dus, taalkundig, een verbintenis, doch niet eene, waarop de regels van het verbintenissenrecht toepasselijk zijn. Schending dezer verplichtingen kan dan ook niet worden gekeerd met de middelen, die het derde boek ter beschikking van den crediteur stelt om den debiteur te dwingen zijn plichten na te komen. De wet geeft, v. z. v. noodig en mogelijk, afzonderlijke voorschriften om de naleving van deze en andere familierechtelijke verplichtingen te verzekeren en inbreuk daarop te bestraffen. Schending van de echtelijke trouw kan echtscheiding of scheiding van tafel en bed ten gevolge hebben, doch schadevergoeding of ontbinding op grond van wanprestatie, zooals bij vermogensrechtelijke overeenkomsten kan voorkomen, zal niemand mogelijk achten.

§ 6. Evenwel kunnen uit deze, tot het familierecht behoorende, verhoudingen somtijds toch verplichtingen tot betaling van geld of tot afgifte van goederen voortvloeien. De man beheert het vermogen der vrouw, doch is bij slecht beheer voor de gevolgen verantwoordelijk (art. 160). Schade, welke de vrouw door zijn wanbeheer lijdt, moet hij daarom vergoeden. Bij ontbinding van het huwelijk zal hij ook de bestanddeelen van het vermogen aan de vrouw moeten ter hand stellen. Hetzelfde geldt van het beheer van een voogd of curator. Bloedverwanten in de opgaande of nederdalende lijn zijn verplicht, zoo noodig, elkander naar vermogen te onderhouden (art. 375 e. v.); indien man en vrouw, buiten de schuld van de laatste, niet % samen wonen, neemt de rechtspraak aan, dat de man tot het doen van geldelijke yitkeeringen verplicht kan zijn. Al deze verhoudingen, die men afschuwelijks- of familie-vermogensrecht aanduidt, hebben hun wortel in het personen- en familie-recht, doch leggen de verplichting op uitkeeringen te doen, die het vermogen van den een doen toenemen en dat van den ander doen verminderen. T. a. v. de prestaties, waartoe zij verplichten, staan zij dus dicht bij de verplichtingen, welke uit het zuivere vermogensrecht voortvloeien. De groote beteekenis nu, welke in onze maatschappij, gebouwd op privaateigendom en vrij ruilverkeer, het verbinte-

Sluiten