Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat men de zakelijke acties steeds minder instelt1.

§ 8. De regelen nu, die deze, juridisch als verbintenissen aangeduide, rechtsverhoudingen beheerschen, vindt men rn het derde boek van ons Burgerlijk Wetboek. Daar vindt men de algemeene regels, die op alle verbintenissen toepasselijk zijn, ook al zijn deze verbintenissen elders, in het B. W. of in andere wetten, omschreven. Deze algemeene regels zijn bijeen gebracht in de eerste titels van boek UT, met name in de titels I, II en IV. Titel III kan men hier buiten beschouwing laten. Wel is waar doet het opschrift „van verbintenissen, die uit kracht der wet geboren worden" aanvankelijk vermoeden, dat men hier algemeene bepalingen zal aantreffen betreffende ontstaan en uitlegging dier verbintenissen, gelijk titel II die voor de overeenkomst geeft, doch in deze verwachting komt men bedrogen uit.2 Met uitzondering van de artt. 1388 en 1389 — bepalingen, die in § 14 zullen worden besproken — bevat de derde titel geen bepalingen van algemeenen aard. Wat men er wèl vindt is de wettelijke regeling van eenige bijzondere verbintenissen uit de wet, welke tot het vermogensrecht behooren. Tot het algemeene deel van ons verbintenissenrecht kan men deze bepalingen dus niet rekenen. Zij doen, voor de daarin behandelde verbintenissen uit de wet, hetzelfde, wat de titels V e. v. voor de daarin behandelde bijzondere overeenkomsten (koop, huur, arbeidsovereenkomst e. d.) doen. In dit deel, dat zich met het algemeene deel der verbintenissen bezig houdt, zal deze derde titel dan ook niet worden behandeld. »

1 Practisch is het onderscheidt in zakelijke en persoonlijke acties voor ons recht van belang:

a. materieel, in zooverre de rechter bij het instellen van een zakelijke actie verplicht is herstel in den rechtmatigen toestand te gelasten (artt 606, 615, 618, 629 B. W.), terwijl, wordt een vordering ex art. 1401 gesteld, de rechter, naar eigen inzicht, hetzij een dergelijk herstel, hetzij betaling van schadevergoeding in geld, hetzij beide naast elkaar kan bevelen (arrest H. R. 13 Maart 1903, W. 7899, Hoetink n° 90)

b. procesrechtelijk, wijl het forum een ander kan zijn (artt. 129 i v m 126, nos. 8 en 10 Rv. Vgl. over dit alles Meijers, Zakelijke rechtsvorderingen en rechtsvorderingen uit onrechtmatige daad W P N R 2240 e. v. en Star Busmann, Hoofdstukken van Burgerlijke rechtsvordering nos. 149 e. v.

2 Dat de wet dergelijke bepalingen aangaande de verbintenissen ex lege met bevat, is trouwens niet zoo vreemd, daar t. a. v. elk dezer verbintenissen m het bijzonder toch door de wet moet worden bepaald in welke omstandigheden zij ontstaan en wat hun inhoud is

Sluiten