Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 9- Ik wees er reeds op, dat de algemeene regels voor het verbintenissenrecht, in de titels I, II en IV gegeven, toepasselijk zijn op alle verbintenissen, die in de bepalingen van ons B. W. hun oorsprong vinden. Evenwel ook buiten ons Burgerlijk Wetboek zijn zij van toepassing. Het wetboek van koophandel bestaat voor een groot deel uit bepalingen betreffende overeenkomsten en verbintenissen, die in het handelsverkeer voorkomen. De wet op het recht van vereeniging en vergadering 1 en de wet op de coöperatieve vereenigingen 2 regelen stukken van het contractueele vereenigingsrecht; de wet op de collectieve arbeidsovereenkomst3 vormt een verlengstuk op de bepalingen betreffende de arbeidsovereenkomst, welke in het B. W. (boek III titel Vila) voorkomen. Zoo zijn er nog vele andere. Op alle overeenkomsten en verbintenissen, welke uit deze bijzondere wetten voortvloeien of die daarin ten deele worden geregeld, zijn _ als algemeene regel — de voorschriften van de genoemde titels van boek III B. W. toepasselijk 4, v. z. v. niet uit een uitdrukkelijk wetsvoorschrift of uit den aard der bijzondere regeling uitdrukkelijk het tegendeel blijkt.

§ io. Vaak ook komt het voor, dat een bepaalde rechtsverhouding, die in het B. W. geregeld is, ook in een der andere wetboeken of wetten weer voor speciale gevallen behandeld wordt. Naast de regeling der maatschap in het B. W. (art. 1655 e. v.) staat de regeling der in den handel gebruikelijke vennootschappen van koophandel in het wetboek van dien naam. Zijn deze als bijzondere gevallen van de maatschap, die in het B. W. geregeld is, te beschouwen ? Is m. a. w. ook het bijzondere deel van het B. W., dat deze maatschap regelt, op deze vennootschappen van toepassing, voorzoover het W. v. K. niet daarvan afwijkt ? In dit geval is de vraag niet moeilijk te beantwoorden. Art. 15 W. v. K. antwoordt bevestigend. Eveneens worden in art. 397 K. (nieuw) de bepalingen, welke het B. W. over de arbeidsovereenkomst bevat, v. z. v. het W. v. K. daarvan niet afwijkt, uitdrukkelijk toepasselijk verklaard op die tusschen reeder en schepeling.

Wet van 22 April 1855, S. 32. » 2 Wet van 28 Mei 1925, S. 204, die de vroegere wet van 1876 verving. 3 Wet van 24 Dec. 1927. S. 415* Het wordt uitdrukkelijk gezegd in art. 1 W. v. K.

Sluiten