Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dans leur ordre naturel, op te slaan, in de hoop daar licht te vinden. Het spreekt vanzelf, dat deze auteurs ook voor de verklaring van ons wetboek, dat in zoo sterke mate door den C. C. is geïnspireerd, groote waarde hebben gehouden.

§ 12. Intusschen bedenke men, dat er verscheiden jaren liggen tusschen het tot stand komen van den C. C. en ons B. W. In dien tijd waren onvolkomenheden in het groote werk van Napoleon aan het licht gekomen en was op menig punt verschil van meening over de beteekenis van sommige bepalingen gebleken. Dat heeft men bij het vaststellen van ons wetboek niet uit het oog verloren, zij het ook, dat het slechts in zeer onvoldoende mate is geschied. Ter verklaring van de afwijkingen van de C. C. kan men soms met vrucht de commentaren op den' C. C. raadplegen, die in dat tijdsverloop verschenen zijn. Somtijds vindt men daar de verklaring van een afwijking, die anders onbegrijpelijk blijft. Het zijn in hoofdzaak de geschriften van Deevincourt, Cours de Code Civil, en Touelier, De droit civil Francais. Uit deze materialen 1 stelde men ons „nationale" wetboek samen.

De geschiedenis van het tot stand komen is uitvoerig 2 beschreven in het groote werk van Voorduin, Geschiedenis en Beginselen der Nederlandsche Wetboeken, welks vijfde deel o. m. het derde boek B. W. behandeld. De stukken, die ter toelichting van de behandeling in de Staten-Generaal zijn gewisseld, zijn later in hun geheel gepubliceerd in het werk van Noordziek, Geschiedenis der beraadslagingen gevoerd in de Tweede Kamer der S.-G. over het ontwerp van het Burgerlijk Wetboek. Deze werken nemen t. a. v. ons wetboek de plaats in, welke t. a. v. den C. C. door de boeken van FenET en Docrë werd vervuld.

§ 13. Eenige belangrijke verschilpunten tusschen de beide wetboeken mogen hier worden vermeld. Ten eerste is de stof anders ingedeeld. Het derde boek van den Code Civil vatte

1 Ook het Oud Vaderlandsche recht heeft bij het tot stand komen van ons B. W. zijn invloed doen gelden, doch in het verbintenissenrecht is daarvan niet veel te merken.

2 Een kort overzicht van de uitwendige geschiedenis vindt men brj Diephuis i blz. 120—144 en bij Asser-Schoi/TEn, Algemeen deel, blz 227—235.

Sluiten