Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder den verzamelnaam „des differentes manières dont on acquiert la propriété" het verbintenissenrecht met het erfrecht, het huwelijksgoederenrecht, het bewijs en de verjaring samen. Het is zeker een verbetering, dat ons B. W. een scheiding tusschen deze heterogene bestanddeelen tot stand bracht en dat het derde boek zich tot het verbintenissenrecht bepaalt. Ook de wijze waarop het verbintenissenrecht behandeld wordt is systematisch juister. De Code begon onmiddellijk met de overeenkomsten; een afdeeling betreffende de regelen, aan alle verbintenissen gemeen, zooals de titels I en IV van het derde boek B. W. geven, ontbrak.

Ondanks dit verschil van indeeling en systematiek wijkt de inhoud van ons verbintenissenrecht niet veel af van het Fransche. De bepalingen zijn beter geordend; hun beteekenis is, in hoofdzaak, dezelfde. Toen Nicolai het ontwerp van het derde boek aan de Tweede Kamer aanbood, meende hij zich dan ook van een uitvoerige toelichting te kunnen onthouden. Niet alleen, omdat hij kon verwijzen naar de vroeger gewisselde stukken, doch ook „paree que rien de nouveau n'ayant été fait, il n'y aurait presque rien de nouveau a dire" 1. Met Kejiper, die van oordeel was, dat het derde boek betrof een deel der wetgeving „hetwelk voorschriften behelst, welke hunnen grond hebben in de eeuwige en onveranderlijke beginselen van regt en onregt of in het algemeen en gelijksoortig belang van alle maatschappijen zonder onderscheid", was hij doortrokken van de eigenaardige natuurrechtelijke opvatting, welke in het Romeinsche Recht de ratio scripta zag en — althans voor het verbintenissenrecht — zich geen andere wetgeving kon denken dan eene, op Romeinschrechtelijke basis opgetrokken.

Deze opvattingen worden thans nog slechts door zeer weinigen gedeeld. Wie tegenwoordig van natuurrecht spreekt als van een in het tegenwoordige werkzame macht, bedoelt daarmede zelden iets anders, dan wat anderen billijkheid of rechtvaardigheid noemen. En het Romeinsche recht zien wij als een historisch verschijnsel, dat op de vorming van alle West-Europeesche rechtsstelsels een grooten invloed heeft uitgeoefend, doch dat op zich zelf geen hoogere autoriteit heeft, dan andere denkbeelden.

1 Voorduin V blz. 14.

v. Bbakel, Verbintenissenrecht.

■2

Sluiten