Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplichting, in den vorm van een veroordeeling, uitdrukkelijk wordt erkend en uitgesproken en de mogelijkheid om zoodanig vonnis met geweld ten uitvoer te doen leggen. Het laatste is — met het oog op art. 1275 B. W. — niet mogelijk; het eerste echter nergens verboden. Het kan voor den crediteur ook van belang zijn. Menig debiteur, die zelf aan zijn verplichting twijfelde, zal vrijwillig tot praestatie overgaan, nadat de rechter het bestaan der verplichting heeft erkend. Bovendien is in vele gevallen zijdelingsche dwang mogelijk in den vorm van schadevergoeding voor vertraagde nakoming, dwangsom1 of lijfsdwang. 2 }Ui (Lj* 1

§ 30. Niet mogelijk is echter rechtstreeksche dwang om een verbintenis om te doen door den debiteur zelve te doen uitvoeren. Dat en niet anders is de beteekenis van art. 1275 B. W. Dat blijkt uit de beide volgende artikelen, die de mogelijkheid openen, dat de crediteur toch in het genot der hem toegezegde praestatie wordt gesteld. Beperkt men den regel van art. 1275 door hetgeen in die beide artikelen wordt mogelijk gemaakt, dan blijkt het verbod van art. 1275 zich te bepalen tot wat van nature toch reeds niet wel mogelijk zou zijn. Zoodra het „doen" bestaat in een handeling, die vervangbaar is, die m. a. w. niet bepaaldelijk door den debiteur zelf behoeft te geschieden, schept de wet de mogelijkheid, dat de crediteur niet tot schadevergoeding zijn toevlucht behoeft te nemen, doch kan krijgen wat hem toekomt. 3 Als nu art. 1271 uitspreekt dat in de verbintenis om te geven is begrepen de verplichting tot levering, volgt reeds uit de tegenstelling, waarin de artt. 1271 en 1275 blijkbaar tot elkaar staan, dat het met de verbintenis om te geven juist op dit punt anders is gesteld ; m. a. w. dat daar rechtstreeksche dwang wèl mogelijk zal zijn. En dat dit inderdaad ook de zin van art. 1271 is, volgt duidelijk uit Pothiers werk, waaraan ook deze voorschriften zijn ontleend. 4

1 Zie daarover hiervóór § 4.

2 Art. 585 R. v.; men lette op de veranderingen aangebracht door de wet van 29 Dec. 1932, S. 676.

3 Zie MoeEngraaff, Praeadvies Ned. Jur. Ver. 1900, blz. 7.

4 Pothier, Obligations n°. 178 . . . II y a cette différence entre les öbligations de donner et les obligations de faire que celui, qui s'est obligé de donner une chose peut, lors qu'il 1'a en sa possession, être précise-

Sluiten