Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedwongen nakoming. Zulke zaken zijn in den regel ook elders te koop en het zal hem dan gemakkelijker zijn eenvoudig van een derde te koopen, wat de debiteur had moeten leveren en het prijsverschil als schadevergoeding te vorderen.1

§ 32. Doch, kan men vragen, moet men, om dezen weg in te slaan, daartoe niet eerst een machtiging van den rechter hebben? Oppervlakkige lezing van art. 1277 schijnt tot een bevestigende beantwoording dezer vraag te leiden. Zou dat juist zijn, dan zou zelfs betwijfeld kunnen worden of een dergelijk optreden bij verbintenissen om te geven wel mogelijk was. Want in de tweede afdeeling ontbreekt een bepaling, die met art. 1277 correspondeert. Toch ware een dergelijke twijfel misplaatst. De kooper van honderd zakken graan, wien niet geleverd wordt, kan ook zonder vonnis of bevel met een gerust hart deze hoeveelheid elders inkoopen en het prijsverschil als schadevergoeding van zijn ingebreke gebleven verkooper opvorderen; wie een huis doet bouwen, doch halverwege door den aannemer in den steek wordt gelaten 2, zal ook zonder rechterlijk bevel door een ander mogen laten afmaken, wat de aannemer begonnen was, doch niet voltooide. Ook hij zal daarna zijn meerdere onkosten als schadevergoeding van zijn nalatigen eersten mede-contractant kunnen opvorderen. Door zich op deze wijze het genot der praestatie te verzekeren, waartoe de debiteur gehouden was,

1 Beschouwt men, zooals b.v. Opzoomer V. blz. 65 en MoetzER, De overeenkomst ten behoeve van derden, blz. 304 e. v. een verbintenis om soort-zaken te leveren als een verbintenis om te doen, dan zou een schadevergoedingsactie tot hetzelfde resultaat kunnen leiden. Of Opzoomer al dan niet gelijk heeft, is daarom een vraag, die zich in de praktijk alleen kan voordoen, indien iemand, die soortzaken te vorderen heeft, den hierboven aangegeven moeilijker en meer omslachtigen weg verkiest en wil trachten zich door rechtstreeksche inbeslagneming in het bezit der verschuldigde goederen te stellen. Indien een bevel ex art. 1277 tot zoodanige rechtstreeksche inbeslagneming kan leiden, is ook dit laatste verschil verdwenen. En zelfs, indien art. 1277 hier geen hulp zou bieden, behoeft zoo'n schuldeischer — ook in de theorie, dat hier de artt. 1275 e. v. toepasselijk zijn — nog* niet te wanhopen. Bij het executeeren van zijn schadevergoedingsvonnis kan hij immers de goederen, welke zijn debiteur bezat en aan hem crediteur moest leveren, doen in beslag nemen, waarna hij ze op de veiling zelf kan inkoopen. Zie MoetzER t. a. p.

2 Ik zonder hier stilzwijgend het geval uit, dat de debiteur door overmacht in de vervulling zijner verplichtingen wordt verhinderd.

Sluiten