Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij heeft aan, door aan de sommatie niet gehoor te geven, dat rechtsgeding noodig gemaakt en zal de kosten dus dienen te dragen.

Bij het instellen eener vordering tot nakoming behoeft men niets anders te stellen dan de feiten, waaruit des debiteurs verplichting voortvloeit. Dus b.v. den inhoud der overeenkomst en eventueel ook het feit, dat de crediteur zijnerzijds heeft verricht, wat hij te doen had vóór de debiteur tot iets verplicht was. Meer behoeft ook niet bewezen te worden. Met name is het niet noodig uitdrukkelijk te stellen, dat de debiteur tot dusverre niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De verplichting, waarvan nakoming wordt gevraagd, rust krachtens de verbintenis zelve rechtstreeks op den debiteur. Het bestaan dier verplichting wordt dus aangenomen, zoolang de ged. zich niet op betaling of een andere omstandigheid beroept, welke deze verbintenis deed te niet gaan. In deze gevallen zal dus de eischer ook nooit behoeven te bewijzen, dat nog niet voldaan is; hij kan volstaan met — zoo noodig — het bestaan van de verbintenis aan te toonen.

Sluiten