Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 37- Heeft de ingebrekestelling dus in de eerste plaats tot gevolg, dat de crediteur, naast nakoming, ook schadevergoeding kan vragen, hare beteekenis is daarmede nog niet volledig omschreven. Indien de schuldenaar niet aan de sommatie voldoet, staat vast, dat hij zijn verplichtingen niet nakomt. De crediteur behoeft dan ook niet meer te wachten of het den nalatigen debiteur mogelijk later nog eens zal behagen tot de praestatie over te gaan. Hij mag daarom ook in plaats van nakoming (met vergoeding der schade door de vertraging geleden) vragen, dat hem vergoed zal worden de schade, welke het algeheel gemis der praestatie hem berokkent.1 Dit recht wordt hem — evenals dat om schade voor vertraagde nakoming te vorderen —• door art. 1279 B. W. gegeven. (Vgl. ook art. 1275).

De crediteur heeft dus, nadat de debiteur in verzuim is, de keus tusschen twee vorderingen. Ten eerste kan hij alsnog nakoming —■ eventueel met vergoeding van schade — vragen ; ten tweede kan hij ook schadevergoeding alléén vragen, die dan echter ook kan omvatten de schade, welke hij lijdt, doordat de praestatie geheel uitblijft. Deze bevoegdheid tot het vorderen van aanvullende of subsidiaire schadevergoeding heeft hij evenwel eerst, nadat zijn schuldenaar in gebreke is gesteld of ook, zonder bepaalde ingebrekestelling, in verzuim is geraakt. 2

§ 38. Niet in alle gevallen toch is een sommatie, die in den regel tevens een Ingebrekestelling bevat, noodig.3 De wet eischt haar slechts bij schade, die het gevolg is vanniet-tijdig nakomen der verbintenis. Ontstaat schade door andere vormen van wanpraestatie, dan wordt de eisch van een ingebrekestelling niet gesteld. In het bijzonder dus niet, indien de debiteur een and.ere (bepaalde) zaak levert dan is overeengekomen, of (genus) goede-

1 In hoeverre de debiteur alsnog door de praestatie + vergoeding der vertragingsschade aan te bieden „zijn verzuim kan zuiveren" zal worden besproken in § 47.

2 De uitdrukkingen „in gebreke zijn", „in verzuim zijn", worden door elkaar gebruikt. Asser-van Goudoever heeft getracht den term „verwijl" ingang te doen vinden. Vaak wordt ook nog in aansluiting aan het Romainsche recht van „mora" gesproken.

3 Indien gesommeerd wordt tot praestatie op een later tijdstip, dan stelt de deurwaarder den debiteur veelal (voorwaardelijk) in gebreke voor het geval aan de sommatie niet wordt voldaan (. . . „en heb ik, deurwaarder, hem nu voor alsdan ingebreke gesteld" of soortgelijke formule).

Sluiten