Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„acte" op te vatten, niet als: schriftelijk stuk met bepaalde bewijskracht, doch als „geschrift" zonder meer, een beteekenis, die vierkant in strijd is met het spraakgebruik;

2°. omdat de van den deurwaarder uitgaande aanmaning toch ook altijd een mondelinge is.1 Het daarvan opgemaakte relaas, overdrachtelijk eveneens „exploit" genoemd, is slechts bewijsstuk. Met van Goudoever 2 zou ik daarom meenen, dat een mondelinge aanmaning zeer goed als een „soortgelijke acte" kan gelden.

§ 45- Bij de sommatie wordt nakoming gevorderd. Zal dit doel bereikt worden, dan dient den schuldenaar daarbij derhalve de mogelijkheid te worden gelaten om alsnog te praesteeren. Dat wordt in rechtspraak • en litteratuur dan ook algemeen erkend. Met goed gevolg streeft de rechter naar het doel om dit karakter van de sommatie te handhaven en te voorkomen, dat zij tot een leege formaliteit verschrompelt.

Hoe lang deze termijn moet wezen hangt van het bijzondere geval af. Zoowel de aard der praestatie 4 als de gebruiken in den tak van handel 5 kunnen van invloed zijn. Ook de omstandigheden waaronder de sommatie wordt uitgebracht kunnen van invloed zijn. Treft de deurwaarder den debiteur in een zwembad aan, dan zal hij, zelfs indien overigens een sommatie tot onmiddellijke voldoening gerechtvaardigd zou zijn, dezen toch een termijn moeten geven om het verschuldigde toe te zenden. Evenzoo, indien hij het exploit uitbrengt aan een der huisgenooten of een bediende van den schuldenaar.

Dergelijke sommaties zijn, zoo oordeelt de rechter veelal, in zooverre geldig, als zij den debiteur duidelijk maken, dat hij thans onverwijld moet voldoen. Doet hij dat echter, zoodra hij daartoe m de gelegenheid is of van den inhoud der sommatie heeft kennis genomen (of had kennis kunnen nemen), dan wordt hij geacht

1 ^ bHjkt °°k duideliik uit den vorm van het relaas. Bijna steeds wordt daann vermeld dat de deurwaarder „sprekende met" den debiteur dezen heeft „aangezegd", enz. ^

2 Asser-van Goudoever blz 160

|Arrest H R I2 Maart IQ25, W. II377; N. J. IQ25, blz. 564. Zie b.v. Hof Amsterdam 8 Januari i9i7 W. 10153 ; N. J. ioi8 8S8 Zie bv. arbitraal vonnis van 26 Nov. 1919, A. R. n°. 14.

Sluiten