Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„onmiddellijk" aan het bevel te hebben voldaan.1 De termijn behoeft echter niet zóó lang te zijn, dat de debiteur ook nog gelegenheid krijgt na de sommatie alles te verrichten, wat noodig mocht zijn om de praestatie mogelijk te maken. 2 Hij weet, ook te voren, dat hij zal moeten praesteeren en behoort ook zonder sommatie al het noodige te verrichten om dxttijdig te kunnen doen.

De sommatie op te korten termijn heeft dus eenerzijds niet tot gevolg, dat de debiteur alleen door het verloop van dien termijn in gebreke zal zijn, doch zij geeft aan den anderen kant den debiteur ook niet het recht met de handen in den schoot te blijven wachten, totdat hem een betere sommatie bereikt. Zij heeft in ieder geval deze kracht, dat de debiteur thans weet, dat onverwijlde praestatie van hem wordt gevorderd. Of hij al dan niet aan dezen eisch voldoet, zal, zoo noodig, de rechter beslissen.

Op dezelfde wijze pleegt tegenwoordig te worden geoordeeld, indien bij de sommatie te veel wordt gevraagd. Ook dan mag de debiteur deze sommatie niet als scheurpapier beschouwen, doch zal hij, zoo noodig onder het voorbehoud, dat hij daardoor niet de juistheid van den inhoud der sommatie erkent, moeten aanbieden, wat hij zelf meent schuldig te zijn. Anders zal de rechter hem, t. a. v. de wezenlijk verschuldigde praestatie, in verzuim gesteld achten. 3 Vaak wordt nog geleerd, dat in de sommatie nauwkeurig en precies het tijdstip moet worden aangegeven, waarop de praestatie wordt verlangd. 4 Men zal evenwel in het oog moeten houden, dat er verplichtingen zijn, waaraan de debiteur slechts in bepaalde omstandigheden behoeft te voldoen, terwijl ook de crediteur op de aanwezigheid dier omstandigheden geen invloed kan uitoefenen. Een huisschilder kan bij slecht weer de buitenzijde van een gebouw niet in de verf zetten. In zoo'n geval zal een sommatie om met het werk een

~^Zie arrest H. R. 6 Dec. 1923, W. 11190; N. J. 1924, 136, waarbij zelfs van later aanbod of betaling niet blijkt, doch waar de m gebreke stellende kracht der sommatie werd ontkend, omdat zij te kwader trouw was gedaan op een oogenblik, waarop de huurder, zooals de eischer wist, niet thuis was. Verder rb. Amsterdam 3 Juni 1918, N. J. 1918, blz. 1144, rb. Utrecht 26 Juni 1918, W. P. N. R. 2540; rb. Utrecht 16 üct. 1919. W P N R 2606; rb. den Bosch 26 Nov. 1920, N. J. 1922, 627.

» H. R. 28 April 1927, W. 11686, N. J. 1927, blz. 1093, Hoetink n°. 51.

3 H R. 1 Dec. 1921, W. 10849; N. J. 1922 blz. 167.

* Zie in verschillenden zin H. R. 7 Februari 1924, W. 11189; N. J. 1924, 374 en H. R. 12 Maart 1925, W. II377I N- J- I925. 5&4-

Sluiten