Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onheil te niet gaat, zal deze zich niet meer op overmacht kunnen beroepen.1 Naar analogie met de regeling, hier getroffen voor de verbintenis om te geven, zal men mogen beslissen t. a. v. verbintenissen om te doen, v. z. v. dat doen bestaat in een praestatie, die slechts door den schuldenaar persoonlijk kan worden verricht. Ook t. a. v. deze praestaties kan de debiteur zich op overmacht beroepen zoolang hij niet in verzuim is; en zal men naar analogie met art. 1273 mogen aannemen, dat dit hem niet meer vrij staat, nadat het verzuim is ingetreden. 2

Ten slotte zij nog gewezen op een gevolg, dat zich alleen voordoet bij verbintenissen, welke ontstaan uit wederkeerige overeenkomsten. Wanpraestatie van een der partijen geeft daar de tegenpartij het recht ontbinding der overeenkomst te vragen (art. 1302 B. W.). De aanvang van het verzuim is derhalve in dit geval tevens het geboorte-uur der ontbindingsactie. Bij de bespreking der overeenkomst wordt dit nader uitgewerkt.

AANHANGSEL: Het z.g. verzuim van den schuldeischer.3

§ 49. Tegenover den debiteur staat de crediteur. In de meeste rechtsverhoudingen, in het bijzonder bij die uit contract, rusten ook op hem verbintenissen. Tegenover die van den verkooper om te leveren staat die van den kooper om te betalen. Wie t. a. v. de eene praestatie als debiteur optreedt, is crediteur t. a. v. de andere. En wie als crediteur zijn tegenpartij in gebreke kan stellen, zal, indien hij aan zijn eigen verbintenis niet voldoet, op zijn beurt in verzuim geraken.

1 Hiermede is niet in strijd — zooals Hofmann blz. 50 noot 2 meent, het arrest H. R. van 7 Mei 1925, N. J. 1925. 997- Daarin werd, in een geval, waarin de debiteur zich zelf in gebreke had gesteld, beslist, dat deze debiteur zich niettemin kan beroepen op overmacht, welke daarna doch voor de overeengekomen leveringstermijn is ingetreden. Vermoedelijk zou in gelijken zin worden beslist indien de debiteur zich bedacht heeft en op het overeengekomen tijdstip de praestatie toch aanbiedt. Eerst op dat tijdstip toch zou de weigering definitief zijn geworden. Vgl. blz. 49, noot 2.

2 Zie over overmacht Hoofdstuk VU.

3 Zie J. Wiiaeumier, Het verzuim van den schuldeischer (1903); Suyeing II nos. 202—210.

Sluiten