Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praesteeren heeft gehad doch niet gebruikt, behoeft de crediteur hem niet nog eens daartoe gelegenheid te geven. Men heeft wel eens betwijfeld, of het den crediteur wel vrijstond schadevergoeding in plaats van nakoming te vragen. Want — zoo redeneerde men — de verplichting tot praesteeren gaat door het betalen van schadevergoeding niet te niet. Zij blijft bestaan en de crediteur, die eerst de waarde der verschuldigde zaak had ontvangen, zou daarna nog wel eens nakoming kunnen gaan vragen, zoodat hij feitelijk dubbele betaling zou krijgen.1 Men ziet dan echter over het hoofd, dat wie schadevergoeding vraagt in dezen vorm (dus schadevergoeding, welke de waarde der verschuldigde zaak omvat) tevens afstand doet van zijn recht nakoming te vragen. De Hooge Raad heeft dan ook dit bezwaar nadrukkelijk verworpen 2 met het argument, dat, in zoo'n geval, de verplichting tot praestatie zich in die tot vergoeding van de schade heeft „opgelost" 3.

vergoeding eischen. Asser-van Goudoever (blz. 177 noot 2 en blz. 181) leert anders en meent, dat deze schadevergoeding slechts kan worden gevorderd, indien eerst een vonnis tot nakoming is gevraagd. Wat ik hierboven als een den crediteur openstaande mogelijkheid besprak, zou voor dezen een verplichting zijn, indien hij schadevergoeding wenscht. Het stelsel van Asser-van Goudoever heeft practisch tot gevolg, dat de crediteur altijd nog eens gelegenheid moet bieden het verzuim te zuiveren. Dat is niet alleen in strijd met wat ik zelf daaromtrent opmerkte in § 47, dcch gaat zelfs verder dan van GoudoevER'S eigen theorie, die zuivering slechts in enkele gevallen wil toestaan (Asser-Van Goudoever blz. 164—165). Bovendien: indien de crediteur het recht schadevergoete vragen, niet heeft, nadat hij tot nakoming heeft gesommeerd, waarom krijgt hij het dan wèl, nadat aan een vonnis tot nakoming niet voldaan is ? Dat vonnis spreekt toch slechts uit, dat de debiteur reeds vroeger tot praesteeren verplicht was.

1 Het bezwaar werd in het bijzonder gemaakt, indien schadevergoeding werd gevraagd wegens niet-nakoming van een verbintenis, voortspruitend uit een wederkeerige overeenkomst, omdat daarbij ontbinding kon worden gevraagd en het middel, om de verplichting tot praestatie tevens te doen verdwijnen, dus voor de hand lag. Zou het bezwaar echter juist zijn, dan zou het evengoed opgaan bij verbintenissen uit overeenkomsten van anderen aard of uit de wet voortgekomen. Zie mijn hoofdartikel in W. 12732.

2 Arresten van 1 Nov. 1918; W. 10350; N. J. 1918, 1202 en 10 Mei 1928 ; W: 11847; N. J. 1928, 1384.

3 Over de vraag of deze wijze van schadevergoeding ook mogelijk is, indien de crediteur tot een tegenpraestatie gehouden is (betaling van den koopprijs, betaling van loon, enz.), zie hieronder § 53.

Sluiten