Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heette het —• niet worden vergoed1. Tot déze beperking bestaat geen grond. Niet de aard van het beschadigde belang geve den doorslag, doch de vraag of de benadeelde in staat is, zich met geld geheel of gedeeltelijke herstel der schade te verschaffen 2. Is dat zoo, dan kan die schade op geld worden gewaardeerd en dan kan ook de verplichting, dat bedrag aan den benadeelde uit te keeren, voor hem een vergoeding der geleden schade vormen. Pijn kan door toepassing van geëigende medicijnen worden verlicht of weggenomen; blindheid kan door de hulp van een begeleider of secretaris minder hinderlijk worden gemaakt. Aesthetische genoegens kunnen door andere van gelijken aard worden vervangen. De zanger, die weigert, overeenkomstig de gemaakte afspraak, op een soiree op te treden, zal de kosten moeten vergoeden, welke de gastheer maakte om een plaatsvervanger van gelijk talent te engageeren.

Zoo zal ook hij, die contractueel verbonden is aan den kooper van zijn „zaak" de oude boekhouding over te geven, of den kooper langs anderen weg in te lichten, tot schadevergoeding gehouden zijn, indien hij deze verplichtingen niet nakomt. Hij onthoudt daardoor aan zijn kooper het middel om bestaande handelsrelaties voort te zetten, uitstaande vorderingen te winnen, enz.

Doch omgekeerd hoede de rechter er zich voor onder den naam schadevergoeding een som gelds toe te kennen, welke, hoe ook besteed, het geleden nadeel op geen enkele wijze kan verminderen of goed maken. 3 Zoo gaat m. i. véél te ver het door Rib-

1 Tot welke wonderlijke beslissingen men daarbij soms kwam leert b.v. een vonnis van de rb. te Rotterdam van i Oct. 1900, W. 7525, waarbij werd beslist, dat de huurder geen schadevergoeding kan vragen, indien de verhuurder, in strijd met zijn verplichting, het verhuurde huis niet doet verven en behangen, omdat daardoor slechts het aesthetisch gevoel des huurders schade zou hebben geleden! Zelfs naar de oude theorie is de beslissing onjuist, daar een verveloos huis minder huurwaarde heeft, dan een dat er goed onderhouden uitziet.

2 Dat dit twee verschillende criteria zijn wordt vaak uit het oog verloren. Zoo vat Ribbius, blz. 67, het niet-op-geld-waardeerbaar-zijn der schade op als het onvermijdelijk gevolg van het „onstoffelijk" karakter der schade.

3 Niettemin kan een volkomen geldige verbintenis bestaan. De nakoming kan daarvan ook afgedwongen worden. De thans mogelijk gemaakte dwangsom kan daarbij goede diensten bewijzen. Doch deze is ook iets anders dan schadevergoeding, al werd — vóór de dwangsom wettelijke erkenning vond in ons Wetboek van Burg. Rechtsvordering — deze

Sluiten