Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bitjs (blz. 82) verdedigde denkbeeld om aan de moeder, wier zoon om het leven kwam (b.v. door wanpraestatie van de vervoeronderneming, welke een auto met gebreken had verhuurd), als „schadevergoeding" een som geld toe te kennen, welke haar in staat moet stellen „in een reis afleiding te gaan zoeken" of „haar levensstandaard een weinig te verhoogen."

Evenmin kan b.v. schadevergoeding worden toegekend aan den koopman, die door zijn compagnon wordt getreiterd of doorloopend minachtend behandeld. Dat moge in strijd zijn met het vennootschapscontract en een reden zijn om dit op te zeggen of te doen ontbinden (artt. 1683 en 1684 B. W.), door uitbetaling van een som gelds is dat leed niet goed te maken. Al te dikwijls wordt het tegendeel betoogd door te zeggen, dat in zoo'n geval degene, die het nadeel heeft veroorzaakt, toch niet straffeloos mag uitgaan. Een overweging die op zich zelf juist is, doch waaruit een niet-gerechtvaardigde conclusie wordt getrokken. De wenschelijkheid van repressie kan bestaan, doch daaruit volgt niet, dat zij op deze wijze moet worden verwezenlijkt. Integendeel, het straffen blijve den strafrechter voorbehouden. Door de „straf" van den dader aan den benadeelde ten goede te doen komen, in gevallen waarin dit geen vergoeding van schade kan geven, opent men zelfs de deur voor persoonlijke wraakzucht en voor winstbejag in een vorm, die weinig aanbeveling verdient.

In enkele gevallen kent evenwel de wet zelve vergoeding toe voor een schade van dezen aard. Zoo in art. 1408, bij beleediging. Öok bij wanpraestatie komt dit voor. Krachtens art. 163710 zal b.v. de werkgever, die den werkman niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn godsdienstplichten waar te nemen (16387; en w), een „naar billijkheid" te bepalen som geld als schadevergoeding moeten betalen. Een bepaling van gelijke strekking vinden wij in art. 16 der wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.

Dergelijke „schadevergoedingen" krijgen in de praktijk dan ook het karakter van een boete, bestemd om den dader van herhaling en anderen van navolging af te houden. Art. 1408 erkent

dwangsom vaak in den vorm van ,,voorwaardelijke" vergoeding van toekomstige schade toegelegd. Het behoeft geen betoog, dat deze constructie tot gewrongen redeneeringen leidde. Op de een of andere wijze werd dan het bestaan van op geld waardeerbare schade geconstrueerd.

Sluiten