Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sehuldigde had kunnen aanschaffen 1; wordt daarentegen naast schadevergoeding ook nakoming gevraagd, of blijkt niet, dat van het recht, alsnog nakoming te vragen, afstand wordt gedaan2, dan zal slechts vergoeding kunnen worden gevraagd van de schade^ door de vertraging der praestatie geleden. De schade bestaat dan slechts in het gemis der praestatie gedurende zekeren tijd en zal kunnen worden gemeten aan het bedrag, noodig om gedurende dien tijd zich een gelijksoortige praestatie te verschaffen (b.v. de huursom van een auto, welke de diensten bewijst, waartoe de niet-geleverde auto was gekocht).

Weer anders ligt de zaak, indien waren zijn geleverd van mindere qualiteit dan is overeengekomen. Heeft de crediteur deze waren geaccepteerd „onder protest" of „onder voorbehoud van zijn recht"3, dan kan hij als schadevergoeding vragen het verschil in waarde tusschen de verschuldigde en de feitelijk geleverde waren.

Dat den crediteur de toegezegde praestatie onthouden is, kan hem ten slotte nog verdere rechtstreeksche verliezen hebben bezorgd. Het is hem b.v. dientengevolge niet mogelijk geweest zijn eigen verplichting tot levering na te komen en hij is daardoor zelf vergoeding schuldig aan zijn afnemer. Het is niet uit-

1 Of hij dit feitelijk ook gedaan heeft is onverschillig. Den teleurgestelden crediteur moet een vermogensbestanddeel worden verschaft van dezelfde waarde als dat, hetwelk hij zou hebben bezeten, indien de debiteur aan zijn verplichtingen had voldaan. Doch wat de crediteur met dat vermogensdeel zou hebben gedaan indien hem tijdig geleverd ware, gaat den debiteur niet aan.

2 Zie hiervoor § 51.

3 Heeft hij niet een dergelijk voorbehoud gemaakt, dan zal hij spoedig geacht worden met deze levering genoegen te hebben genomen en dus de rechten te hebben laten varen, welke hij anders zou doen gelden. Waren de gebreken niet aanstonds bij de levering te constateeren, dan zal hij — zoo neemt de rechtspraak vaak aan — toch binnen korten tijd na de ontdekking of na de mogelijkheid van ontdekking zijn stem moeten verheffen. Vallen deze later ontdekte gebreken onder het begrip „verborgen gebrek" dan zullen de speciale artikelen 1540 e. v. B. W. in de eerste plaats toepasselijk zijn. Het kan echter zeer goed wezen, dat geen verborgen gebrek in den zin dier artt. bestaat, terwijl toch het onvoldoende karakter der levering niet onmiddellijk bij de overgave kon blijken. De goederen zijn b.v. zoo verpakt, dat eerst na ontpakking hun minderwaardigheid kan blijken. Dan zijn de artt. 1540 e. v. niet toepasselijk, dus ook niet art. 1547, dat een termijn stelt, waarbinnen moet zijn gereclameerd. In zulke gevallen wordt evenwel door de rechtspraak uit het gedrag van den crediteur vaak een afstand van recht afgeleid.

Sluiten