Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergoeding tot het geleden verlies zou worden beperkt. Het bedoelt niet te zeggen, dat ook dan voor winstderving een post moet worden uitgetrokken, indien geen schade .van dien aard is geleden. Evenmin belet de wet, dat de schade wegens geleden verlies zóó wordt berekend, dat daarin de winstderving reeds is verdisconteerd.

§ 60. Na aldus een aanwijzing te hebben gegeven aangaande de factoren, waaruit het bedrag der schadevergoeding kan zijn opgebouwd, geeft de wet in de beide volgende artikelen een regeling van den omvang der aldus te vergoeden schade. De schade, door een daad van wanpraestatie, kan tot in de verre toekomst gevolgen hebben. Het eene gevolg leidt weer tot een ander. Hier grijpt de wet in.1 Niet alle mogelijke nadeelige gevolgen, welke de wanpraestatie kan hebben, behoeven te worden goedgemaakt. Een dubbele beperking is aangebracht. Nimmer behoeft schade te worden vergoed, welke niet is het '„onmiddellijk en dadelijk" of, korter gezegd, het rechtstreeksche gevolg der wanpraestatie (art. 1284).

En in verreweg de meeste gevallen behoeft ook deze niet ten volle te worden vergoed, doch wordt, binnen die grens, slechts zulke schade ten laste van den nalatigen debiteur gebracht, welke „men ten tijde van het aangaan der verbintenis heeft kunnen voorzien". Slechts indien de wanpraestatie het gevolg is van „arglist" van den debiteur is deze ook tot vergoeding van niet-voorzienbare (maar toch altijd nog rechtstreeksche) schade gehouden. Deze bepalingen geven dus aanleiding tot de volgende vragen 2:

1 De Fransche schrijvers achten deze bepalingen het uitvloeisel van een onderstelde afspraak van partijen. Deze zouden bij het aangaan der overeenkomst zich niet verder tot schadevergoeding hebben willen binden. Tot niet-contractueele schade mag men deze bepalingen dan ook niet uitbreiden. Te onzent heerscht algemeen een tegengestelde meening (zie Ribbius blz. 26). Terecht. De onderstelling waarvan de Franschen uitgaan is onreëel. Indien men twee personen, die een overeenkomst aangaan, zou vragen op welke schadevergoeding bij wanpraestatie de tegenpartij recht zal hebben, zullen vermoedelijk beide en zeker de toekomstige crediteur antwoorden, dat de volle schade zal moeten worden vergoed. De beperkingen van art. 1283 berusten dan ook ongetwijfeld op het — al dan niet juiste. — inzicht van den wetgever, dat een onbeperkte vergoedingsplicht onbillijk of althans ondoelmatig zou zijn. Daarom is de aansprakelijkheid van den debiteur beperkt.

2 Zie over de volgende vragen de hoofdartikelen in W. 12700 tot 12702.

Sluiten