Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bedrag der vergoeding vaak aldus berekend, dat eerst de waarde van het beschadigde of niet geleverde vermogensdeels wordt vastgesteld en daarna te berekenen- de opbrengst, welke van dit vermogensdeel zou zijn genoten, indien het niet beschadigd of wèl geleverd ware. De waarde van dit laatste schadeelement wordt dan berekend in den vorm van een percentage van het eerste. Is na aanvaring b.v. verschuldigd f 10.000 als waarde van het gezonken schip, dan kan daarnaast schade zijn geleden door het gemis aan opbrengst, die men kan uitdrukken in een percentage over die hoofdsom. Of wel men heeft een ander schip gehuurd, of wel een ander schip gekocht, waarvoor men geld tegen rente heeft opgenomen. Dan behooren die rente of huurpenningen tot het bedrag der schadeloosstelling 1 zelve en zullen ook verschuldigd zijn vanaf het oogenblik, waarop de benadeelde ze betaalde, tot op het oogenblik der algeheele voldoening.2 Art. 1286 blijft ook daarbij buiten beschouwing. Dat artikel heeft dus eigenlijk alleen beteekenis bij vertraagde uitbetaling van niet-rentedragende schulden, welker omvang reeds vaststaat.

§ 70. Aan den invloed van het oude — en in den tijd van zijn ontstaan begrijpelijke — woekerverbod, waaraan wij waarschijnlijk de beperking der renteberekening in art. 1286 moeten toeschrijven, is ongetwijfeld ook te wijten de vrees voor samengestelde interest, rente op rente, die de wetgever in art. 1287 aan den dag legt. 3 Een dubbele beperking is aangebracht. Over niet tijdig betaalde rentebedragen mag slechts dan opnieuw rente worden berekend, indien dat speciaal bedongen is of indien die

1 Men noemt dit dan wel compensatoire interessen en zegt dat de wet in art. 1286 het vorderen van „moratoire" interessen beperkt, doch zich met „compensatoire" interessen niet in laat. Deze uitdrukkingen brengen meer verwarring dan helderheid. Ook moratoire interessen strekken tot vergoeding van geleden nadeel. Men kan alleen zeggen, dat het nadeel, uitsluitend gelegen in het niet bezitten eener verschuldigde geldsom, op zich zelf niet als schade wordt aangezien.

2 Tenzij de crediteur zich op het standpunt stelt, dat hij alleen vraagt betaling van de schade op het oogenblik der dagvaarding réeds verschuldigd. Dan sluit hij als het ware de rekening af op den dag der dagvaarding en berekent 5 °0 fRttÊtt vanaf dat oogenblik over het totaal.

3 Art. 1288 maakt nog eens duidelijk, dat het vorige artikel alleen slaat op rente van bedragen, die zelf rente zijn, dus vergoeding voor het tijdelijk gemis van geld en dat art. 1287 niet ziet op de z.g. burgerlijke vruchten, al bestaan die in geld, van een kapitaal dat uit goederen bestaat.

Sluiten