Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of op die van den debiteur, doch niet op de vraag, of de schade al dan niet het gevolg is van het ingrijpen van den crediteur. In deze incorrecte wijze van uitdrukking zit echter verscholen de juiste eisch, dat de daad van den crediteur in eenig opzicht afkeurenswaardig moet zijn, om hier in aanmerking te komen. Anders toch zou men b.v. een terecht uitgebrachte sommatie, welke den debiteur in verzuim stelde, ook tot deze groep daden kunnen rekenen. Natuurlijk bedoelt men dat niet. Men bedoelt te vragen, in hoever het op des debiteurs verplichting van invloed is, dat de wanpraestatie mede het gevolg is van een daad des crediteurs, welke deze had behooren na te laten. De chauffeur maakt b.v. een onvoorzichtige beweging, omdat zijn passagier hem doet schrikken. Ook kan het zijn, dat de wanpraestatie niet zou hebben plaats gevonden, indien de crediteur een bepaalde handeling had verricht, welke van hem mocht worden verwacht. 1 B.v. de in een taxi vervoerde passagier, welke den chauffeur ziet indommelen, maakt dezen niet wakker.

In deze gevallen is de crediteur als gevolg van eigen roekeloosheid of onachtzaamheid mede schuldig aan het door een fout van den chauffeur veroorzaakte ongeluk.

Ons wetboek geeft voor deze gevallen geen algemeenen regel. Bijzondere gevallen worden echter behandeld in de artt. 1846 en 1638%. In deze gevallen leidt het bestaan van schuld bij den crediteur tot algeheele ontlasting van den debiteur, hetzelfde geschiedt in art. 276 en 522 K. Doch zonder de hier onderstelde schuld van den crediteur zou in al deze gevallen het nadeel ook geheel niet ontstaan zijn. Zeer vaak is de schade zoowel aan den debiteur als aan den crediteur te wijten. Men zal dan ieders aansprakelijkheid voor de schade veelal het best bepalen door ieders schuld tegen elkaar af te wegen. Daarbij zal zeker mede gelet moeten worden op de mogelijkheid, welke voor de eene partij bestond om de gevolgen van de roekeloosheid, door de tegenpartij ' begaan, weer te neutraliseeren of te verminderen. Is hij daartoe in de gelegenheid, dan mag hij dat niet laten. Laat hij het niette-

1 Het kan ook zijn, dat de crediteur te kort schiet in een verplichting, hem door de overeenkomst opgelegd. Dit geval ligt buiten de hierboven behandelde, want in zoo'n geval schiet niet de crediteur als zoodanig te kort. Ten aanzien van die ccntractueele verplichting is hij immers debiteur en het niet-voldoen aan die verplichting is dan ook, zijnerzijds, wanpraestatie met de gewone daaraan verbonden gevolgen.

Sluiten