Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 74- Wordt de boete op een relatief hoog bedrag bepaald, dan werkt het beding tevens als een krachtige aansporing voor den debiteur, om zijn verplichtingen ten volle en tijdig na te komen. Het kan zelfs zijn, dat partijen met het opnemen van zoo'n beding meer aan dit gevolg denken, dan aan de fixatie van wellicht problematieke schade. In aanbestedingscontracten vindt men b.v. vaak de bepaling, dat voor iederen dag te late oplevering een boete van f .... zal verschuldigd zijn. Hierin heeft het boetebeding tevens het karakter van een door partijen bij voorbaat bepaalde dwangsom. Men heeft wel getracht de bedingen, die dit doel nastreven, te onderscheiden van die, welke alleen de vaststelling van het bedrag der schadevergoeding beoogen.1 Op de laatste zouden dan de artt. 1340 e. v. niet van toepassing zijn. Het onderscheid wordt door de wet evenwel niet gemaakt. Hoewel het verschil in strekking, dat kan bestaan, den wetgever zeer wel bekend is, onderscheidt hij niet óf het eene dan wel het andere oogmerk op den voorgrond staat. Dat blijkt duidelijk uit de artt. 1340 e. v. Terwijl het opschrift „beding van straf of poenaliteit" aan het oogmerk doet denken om de nakoming te verzekeren, en art. 1340, het beding definieerende, ook deze strekking als het kenmerk van het beding noemt, laat art. 1343 daarop volgen, dat de bepaling van straf „strekt in plaats van vergoeding van kosten schade en interessen, welke de schuldeischer lijdt uit hoofde van het niet nakomen der verbintenis" en legt daarmede op den anderen kant den nadruk.

Dit standpunt, waarbij de artt. 1340 e. v. dus de nadere uitwerking van art. 1285 vormen, is zeker practisch. Want feitelijk is bijna nooit te zeggen of een beding tot de eene of tot de andere categorie behoort. Bij het maken van een beding van dezen aard werkt zoowel het eene als het andere motief mede. 2 Hoogstens is er een verschil in graad.

Slechts indien bedongen is betaling van boete (bij bepaalde vormen van wanpraestatie) en bovendien vergoeding van schade volgens de gewone regelen, heeft men met een beding te doen, dat geheel los van de schadevergoeding staat. Op zoo'n beding zijn de artt. 1340 e. v. dan ook niet toepasselijk. 3

1 Zie Land-Lohman blz. 41.

2 Zie arrest H. R. 2 Febr. 1922, W. 10892, N. J. 1922 blz. 379.

3 Een van deze algemeene beginselen in meer dan een opzicht afwijkende regeling geldt voor het arbeidscontract. Zie de artt. 1637 u en v.

Sluiten