Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boete, verschuldigd wegens slecht onderhoud van het gehuurde, door den huurder verschuldigd zijn boven en behalve de huursom.

§ 77. Het boetebeding schept een verbintenis van bijkomenden (accessoiren) aard. Het strekt tot versterking van een andere, de z.g. hoofdverbintenis. Daarom is het beding ook van de geldigheid en het bestaan dier hoofdverbintenis afhankelijk.

Deze afhankelijkheid is echter niet volkomen. Dat blijkt b.v. bij de ontbinding van een wederkeerige overeenkomst, welke een boetebeding inhoudt. Een huis wordt b.v. verkocht, onder beding van een boete voor het geval de verkooper niet tot levering zou medewerken. Doet dit geval zich voor, dan kan de kooper ontbinding eischen met schadevergoeding. Blijft ook voor dat geval de schadevergoeding gefixeerd op het door het boetebeding bepaalde bedrag?

Men zou toch kunnen redeneeren: door een beroep te doen op het boetebeding vraagt eischer nakoming der overeenkomst, hetgeen niet te vereenigen is met de vordering tot ontbinding.1 „Gij vraagt ontbinding" zoo zou men den eischer kunnen tegenwerpen, „en tegelijk wilt gij de overeenkomst als grondslag voor uw schadevordering in stand houden."

Deze tegenwerping miskent echter de bedoeling van partijen. Het beding blijft gelden, evenals een latere overeenkomst, waarin voor het geval van ontbinding eener vorige het daaruit voortvloeiende nadeel zou zijn gefixeerd, hare kracht zou behouden. Juist voor dat geval is immers die nadere overeenkomst aangegaan. Zoo is het in het onderstelde geval ook met het boetebeding. In dat onderstelde geval blijft het een eigen leven leiden

1 Deze vraag is wel te onderscheiden van een andere, welke somtijds wordt geopperd n. a. v. wederkeerige contracten, die een strafbeding inhouden. Men vindt t. a. v. die contracten soms de meening uitgesproken, dat p.p door het opnemen van een boetebeding hebben uitgesloten de mogelijkheid van ontbinding in geval van wanpraestatie. Het is inderdaad mogelijk, dat pp. dat bedoelen. Contracten, waarin aldus afstand wordt gedaan, al dan niet met een strafbeding gecombineerd, komen in de practijk voor en zijn niet ongeldig. Maar het is zeker niet geoorloofd alleen reeds uit het opnemen van een strafbeding die bedoelmg af te leiden. P.p. doen daardoor niets anders dan de schade fixeeren en eventueel ook de nakoming verzekeren. Afstand van eenig ander recht, hun in geval van wanpraestatie toekomende, ligt daarin zeker niet opgesloten. Zie Schoeten in W. P. N. R. 2702.

Sluiten