Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII. Overmacht.1

§ 80. Na het ontstaan van een verbintenis kunnen tal van omstandigheden, voorzienbare of onvoorzienbare, zich voordoen, welke den debiteur de nakoming moeilijker maken, belemmeren of zelfs geheel onmogelijk maken. Zij kunnen zijn van tijdelijken aard, zoodat bij eenig uitstel de praestatie weder mogelijk wordt of geen grootere inspanning zou behoeven te kosten, dan voorzien was; zij kunnen echter ook van blijvenden aard zijn. Zij kunnen gelegen zijn in den persoon van den schuldenaar (ziekte) of zelfs door hem teweeggebracht, doch ook het gevolg van handelingen van anderen of van natuurverschijnselen. Het kan eindelijk ook zijn, dat niet de omstandigheden zijn veranderd, doch dat alleen maar blijkt, dat de debiteur de te overwinnen moeilijkheden heeft onderschat.

In hoever heeft dit alles invloed op de nakomingsplicht van den debiteur, subsidiair op zijn verplichting de schade te vergoeden, welke van niet-nakoming het gevolg is? Of, uitgaande van het standpunt des crediteurs, in hoeverre hebben zulke later eerst blijkende of later ontstane moeilijkheden invloed op het recht van den schuldeischer om nakoming, subsidiair schadevergoeding, te vorderen?

Dit is de vraag der overmacht. 2 De leer der overmacht

1 Zie het beknopte en duidelijke overzicht bij Levenbach, De spanning van den contractsband (1923); verder Meyers' praeadvies voorde Ned. Jur. Ver. 1918 en het overzicht van de rechtspraak t. a. v. overmacht bij het vervoercontract bij Moeëngraaff—Star BusmannZevenbergen blz. 530 e. v. Voor Frankrijk,. Radouant, Du cas fortuit et de la force majeure 1921.

2 De wet spreekt nu eens van „toeval", dan weer van „overmacht". Vele malen is getracht het verschil tusschen beide termen te omschrijven. Nooit echter is een duidelijk en bruikbaar antwoord gegeven op de vraag, waarin dit verschil bestaat. De meeste schrijvers achten beide

v. Brakel, Verbintenissenrecht. ' 7

Sluiten