Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was. Eerst dan kan men zeggen, of hij iets heeft gedaan of nagelaten, dat met die verbintenis strijdt. De contractueele of wettelijke omschrijving der verbintenis geeft van al die verplichtingen zelden een gedetailleerde en nimmer een volledige opsomming. Zij bepaalt er zich toe het eindresultaat aan te geven. Hoe dat bereikt moet worden, moet de debiteur zelf weten. Vaak zal hij daartoe zeer verschillende wegen kunnen inslaan. De keus staat hem vrij, mits hij slechts een weg inslaat, die naar het beoogde doel leidt en zorgt dat doel tijdig te bereiken. Deze, den debiteur gelaten, vrijheid is evenwel niet uitsluitend een voordeel voor dezen. Zij verplicht hem ook, indien de eene weg versperd blijkt, tijdig een anderen in te slaan. Dit alles te voorzien en te regelen ware onmogelijk. Men behelpt zich dus, hetzij met vage contractsclausules van algemeenen aard 1, hetzij met eveneens ruime doch vage wetsbepalingen. Zoowel deze clausules als deze bepalingen moeten door den rechter worden geconcretiseerd. In ieder bijzonder geval moet deze, geleid door deze algemeene instructies, uitmaken, of een speciale handeling voor den debiteur verplicht, geoorloofd of verboden was.

Voor ons doel, de uiteenzetting van de algemeene beginselen van ons verbintenissenrecht, kunnen wij ons bepalen tot de bespreking der wetsbepalingen, welke in het algemeen de verplichtingen des debiteurs nader bepalen. In de eerste plaats komt hier art. 1271 in aanmerking. T. a. v. de verbintenissen om te geven, en dan nog alleen aangaande een bepaald punt, geeft dit artikel een nadere aanwijzing, door den debiteur uit zoodanige verbintenis te verplichten tot aan de levering voor het behoud der zaak te zorgen, „als een goed huisvader", d. w. z. gelijk een eerlijk, bekwaam en zorgvuldig man in zulke omstandigheden betaamt. Deze maatstaf wordt door de praktijk zonder aarzelen ook overigens bij deze verbintenissen gesteld en over de verbintenissen om te doen uitgebreid.2 Voor de verbintenissen uit over-

1 Zie b.v. hetgeen MOUENGRAAFF (Leidraad 6e druk) opmerkt over cognossementsclausules (blz. 671, 687, 688) en wisselclausules (blz. 391, 404, 411, 422), verder bij de bijzondere vormen van schadeverzekering behandeld in § 76.

2 Uitdrukkelijk wordt dezelfde eisch nog eens gesteld in de artt. 1596, 1781, 17762 (alle aan het contractenrecht ontleend) en in de artt. 1603, 443 *. !392 (verbintenissen uit de wet). In het tweede boek ook in art. 831 (vruchtgebruik) en 1079 (beheer door den beneficiairen erfgenaam).

Sluiten