Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog een tweede waarschuwing tegen valsche gevolgtrekkingen schijnt hier op haar plaats, n.1. deze, dat uit deze bepalingen niet kan worden afgeleid, wat nu die overmachtsfeiten zijn, waaraan de debiteur geen schuld mag hebben. Dat te bepalen is de taak der bepalingen, welke zich speciaal met de overmacht bezig houden.

§ 84. Over het begrip risico valt minder te zeggen dan over dat der schuld. Door het risico voor de gevolgen van een bepaalde gebeurtenis op de schouders van den debiteur te leggen, wordt diens aansprakelijkheid uitgesproken, om, wat ook de oorzaak van die gebeurtenis moge zijn, en onafhankelijk of hij aan het intreden al dan niet schuld heeft, de praestatie te verrichten of — kan dat niet — de daardoor aan de tegenpartij berokkende schade te vergoeden. Men kan dus ook zeggen, dat de debiteur het risico draagt van alle gebeurtenissen, die niet overmacht opleveren. Wel heeft men trachten te betoogen, dat de debiteur alleen het risico draagt van die belemmeringen, waaraan hij schuld heeft, zoodat naast het onderzoek naar de schuld van den debiteur, dat naar het risico geen beteekenis meer zou hebben, doch de voorstanders van deze leer zien daarbij over het hoofd, dat ook naar hun eigen theorie er toch altijd een zeker aantal meer of minder ernstige belemmeringen zijn, welke ook naar hun meening nooit overmacht opleveren, en waarvan de debiteur dus altij d het risico draagt.1 Doch ook door dit te erkennen, bepaalt men nog niet, waar nu in het algemeen de grens ligt tusschen de feiten, die wèl en die niet overmacht opleveren. Evenmin als het inzicht, dat afwezigheid van schuld een voorwaarde is om zich op overmacht te kunnen beroepen, in zich sluit het antwoord, waaraan men geen schuld mag hebben, geeft de stelling, ■

1 Een onbelangrijke stijging in den aanschaffingsprijs of de productiekosten is nooit door iemand als een overmacht opleverend feit beschouwd.

Houwing, hier te lande de groote voorvechter van een op schuld gefundeerde overmachtsleer, blijkt dan ook zonder het risicobegrip niet uit te komen. Waarom kan de debiteur van een genus-schuld zich zelden of nooit op overmacht beroepen, zoo vraagt hij. (Rechtsk. Opstellen blz. 157—158). Zijn antwoord is: omdat hij, de verbintenis aangaande een hoeveelheid alleen naar hun soort bepaalde waren te leveren, „daarmede van zelf garandeert" (curs. van mij, S. v. B.), „dat hij zoolang de soort bestaat de toegezegde hoeveelheid te zijner beschikking zal hebben."

Sluiten