Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gaat men alleen met de bewoordingen van art. 1480 te rade, dan schijnt het gebied, dat door deze bepaling bestreken wordt, nog beperkter dan ik hierboven aangaf. Niet van alle verbintenissen om te geven gewaagt het, doch slechts van verbintenissen om een zekere en bepaalde zaak te geven. Het ware echter onjuist hieruit af te leiden, dat ten aanzien van verbintenissen om te geven, wier object in een alleen naar de soort bepaalde zaak bestaat, de opvattingen des wetgevers nu geheel in het duister liggen. De historie toont ons aan, dat het niet-noemen van genusschulden geenszins een onvolledigheid is, doch het uitvloeisel van de overtuiging, dat daarbij van overmacht geen sprake is. Dat over genus-schulden gezwegen is, kwam voort uit de overtuiging, neergelegd in het oude rechtsspreekwoord: genera non pereunt.1

§ 87. Welke zijn nu de gevallen, waarin art. 1480 de verplichting tot praestatie doet vervallen en daarmede ook die om in plaats der praestatie schadevergoeding te betalen? 2

1 Bij de beraadslagingen over den Code Civil werd art. 1302 (ons art. 1480) het uitvloeisel genoemd van den regel „res perit domino". De samenstellers van den C. C, konden dat doen, omdat volgens dat wetboek de (zekere en bepaalde) zaak reeds door het enkele afsluiten van de overeenkomst eigendom van den crediteur was geworden. Volgens die beschouwing werd nu in art. 1302 over de genus-schulden gezwegen, -omdat daarbij eigendomsovergang eerst door levering plaats had en dus toepassmg van den regel res perit domino, niet tot wijziging, doch tot bevestiging van de contractueele verplichtingen des debiteurs moest leiden. In ons wetboek heeft men den regel, dat contract eigendom doet overgaan, weer laten varen. Toch werd art. 1480 ongewijzigd gehandhaafd. Er was dus blijkbaar voor dezen regel iets meer te zeggen, dan dat het een toepassing van den regel res perit domino was. De bepaling is dan ook ontleend aan Pothier, die van den eigendomsovergang door de overeenkomst nog niet wist. Men kan dus zeggen, dat onze wet tot Pothier is teruggekeerd. En Pothter wijst (Obligations § 658) met zoovele woorden op het adagium „genus non perit" om duidelijk te maken, waarom de bepaling niet op genus-schulden slaat.

2 Dit laatste staat niet in art. 1480, doch volgt uit de artikelen betreffende het vervallen van den vergoedingsplicht (1280 en 1281), welke men natuurlijk moet lezen in verband met het fundamenteele art. 1480, waarin het vervallen van den praestatieplicht wordt behandeld. Dat men trouwens ook bij het formuleeren van art. 1480 aan den vergoedingsplicht moet hebben gedacht, en ook dezen heeft willen doen vervallen, volgt uit de uitzonderingen, welke gemaakt worden voor het geval de debiteur schuld

Sluiten