Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 94- Het is m. i. slechts een toepassing van hetzelfde beginsel, indien, zooals veelal geschiedt, de debiteur ook uit contract1 aansprakelijk wordt gesteld voor de daden van zijn personeel en de gebreken van de door hem of zijn personeel gebezigde materialen en werktuigen. Ook al heeft hij persoonlijk mogelijk aan het intreden van de verhindering volstrekt geen schuld en al heeft hij mogelijk bij de keuze van personeel en materialen alle voorzichtigheid gebruikt, die menschelijkerwijze mag worden geëischt, hij heeft er voor ingestaan met de door hem gékozen helpers 2 of hulpmiddelen 3 de praestatie te verrichten.

§ 95. Het risico, dat de debiteur steeds draagt, kan door de partijen worden uitgebreid of ingekrompen. Anders gezegd, de wettelijke verdeeling van het risico, die door de wet wordt tot stand gebracht, kan door partij afspraken worden gewijzigd. Art. 1480 erkent het met zoovele woorden, en ook als dit niet geschiedde, zou, geloof ik, niemand aan deze mogelijkheid twijfelen. Er bestaat geen enkele reden om de wettelijke regeling van openbare orde te achten. Dat de wet alleen spreekt van het geval, dat de debiteur ook het risico op zich neemt voor belemmeringen, die hem anders zouden bevrijden, bewijst dan ook volstrekt niet, dat een beding in tegengestelden zin uitgesloten is. Het bewijst alleen, dat, zooals ook inderdaad het geval is, het veel vaker voorkomt, dat een extra risico op den debiteur wordt gelegd, dan dat de crediteur een deel van zijn rechten prijs geeft. *

1 Bij onrechtmatige daad zegt de wet het met zoovele woorden in art. 1403; zie ook art. 1427 B. W. en een incidenteele toepassing bij een verbintenis uit contract in art. 1649 B. W.

2 H. R. 26 April 1907, W. 8533.

s B.v. rb. Amsterdam 12 Mei 1930, W. 12187. Voor een overzicht der verschillende theorieën, waardoor men deze aansprakelijkheid voor personeel en materiaal heeft verklaard zie men LEVENBACH § 94 e. v.

en § 99 e- v- , ' , . ,

4 Dit laatste b v in de reeds vermelde contractsclausule, dat werkstaking als overmacht zal gelden. Mag de debiteur daarbij ook bedingen, dat de gevolgen van zijn eigen (lichte of grove) schuld of zelfs van zijn opzet voor hem als overmacht zullen gelden? Veelal staat men het toe voor lichte schuld, aarzelt men voor de zware en ontkent men het voor opzet (zie Stjyeing II, § 125, en MoEENGRAAFF, Leidraad 6? druk blz. 671 e v ) Voor het zee-vervoercontract, waarin dergelijke clausules steeds een groote rol speelden, is de zaak thans beslist in art. 476 K., dat in geval van opzet en grove schuld de aansprakelijkheid van den debiteur handhaaft ondanks ieder afwijkend beding.

Sluiten