Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dergelijke bedingen kunnen ook stilzwijgend worden gemaakt en uit de omstandigheden afgeleid, waaronder de overeenkomst werd aangegaan, terwijl het ten slotte ook voorkomt, dat de rechter uit den aard der rechtsbetrekking afleidt, dat een afwijking der overmachtsregels geldt. 1 Het is trouwens duidelijk, dat de vraag, of een beroep op overmacht is uitgesloten, omdat'stilzwijgend het risico door een der partijen op zich is genomen, dan wel of een zoodanige overneming van risico uit den aard van het contract volgt, moeilijk streng te scheiden zijn.VOok in de rechtspraak vindt men in vrijwel gelijke gevallen nu eens de eene, dan weer de andere gedachtengang gevolgd. 2

Wel is het echter gewenscht, deze beide vragen te scheiden van die der voorzienbaarheid. Want de beslissing, dat voor een beroep op overmacht geen plaats is, omdat de ingetreden verhindering met onvoorzien was, is een rechtstreeksche toepassing van het objectieve recht, terwijl zij in de beide andere gevallen op de uitlegging van het contract berust en dus buiten de interpretatie der wet omgaat. 3

1 Zie b.v. rb. Amsterdam 17 Oct. 1913, N. J. i9I3, i248; 2 Dec. 1918 N. J. 1920, 303. '

2 Veelal begint de rechter, gemakshalve, met het onderzoek of niet een stilzwijgend gemaakt beding moet geacht worden te zijn gemaakt. Het aantal uitspraken, waarin uit de omstandigheden, waaronder het

C7 uC} t,°t Stand kwam' tot het bestaan van zo°'n beding, als zijnde de bedoeling van partijen" wordt besloten, is dan ook veel grooter dan dat waarin de aard der rechtsbetrekking wordt ingeroepen. Kan het bestaan van een dergelijk beding worden aangenomen, dan behoeft de rechter zich immers niet meer in te laten met de beteekenis der wetsrTg°e7eCn and6rS ^ redlten 6" verPlichtingen van pp. zouden

3 Deze laatste opvatting is ook die van Schoi/ten in W P N R 2373—74• Daartegenover vat wéry (Overmacht bij overeenkomsten' 1919, blz. 119 e. v.) ook dit risico op als een element van het wettelijke overmachtsbegrip; zie daarover weer Devenbach a. w § 16 Het verschil is practisch van belang voor de bewijslast. Wat tot de overmacht behoort moet bewezen worden door hem, die zich op overmacht beroept dus door den debiteur; het bewijs van een afwijkend beding rust daarentegen weer op den crediteur, die zoodanig beding inroept

Ook in cassatie zal zich het verschil kunnen doen gevoelen. Wat overmacht is, is rechtsbeslissing (H. R. 2 Nov. 1917, W. 10194, N t 1917 1136), wat de inhoud is van een afspraak behoort tot het terrein der

Sluiten