Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van schuld kan althans ten deele blijken uit den aard der verhindering en overigens worden aangevuld door het bewijs, dat de in de gegeven omstandigheden vereischte maatregelen zijn genomen om het gevaar te voorkomen en af te weren. Wat eindelijk de verhinderende omstandigheid zelve betreft, twist men er over, of precies moet worden aangetoond, waarin deze bestond, dan wel of de rechter met een bewijs a contrario genoegen mag nemen. Daar de wet geenerlei beletsel tegen dit laatste inhoudt, schijnt dat zeker niet verboden. Doch aan dit indirecte bewijs stelle men strenge eischen. Het moet er toe leiden, dat het bestaan van een onoverkomelijke hindernis inderdaad de eenig mogelijke conclusie is. Zoolang de mogelijkheid open blijft, dat slechts een obstakel van minder gewicht den debiteur in den weg heeft gestaan, is de debiteur niet geslaagd. Evenmin als hij geslaagd kan worden geacht in het bewijs, dat hij geen schuld heeft, indien men niet verder kan komen, dan dat niet gebleken is van een bepaalde culpose handeling.1

De Nederlandsche rechtspraak betreffende overmacht.

§ 97. Wie de Nederlandsche rechtspraak betreffende overmacht gedurende de laatste kwart-eeuw nagaat, zal zeker den indruk krijgen, datde hierboven uiteengezette meeningen door denNederlandschen rechter niet worden gedeeld. Want al kan men moeilijk in de rechtspraak een bepaalde overmachtsleer als de heersehende ontdekken, wèl kan men zeggen, dat zeer vele vonnissen van een veel ruimer overmachtsleer uitgaan, of althans schijnen uit te gaan. Komt het tot een principieele uitspraak, dan vindt men veelal Houwing's overmachtsleer als uitgangspunt genomen. HouwiNG 2 nu achtte overmacht aanwezig, indien de debiteur, die niet gepraesteerd heeft, bewijst, dat hij „alles heeft gedaan, waartoe hij naar de opvatting van het verkeer en den redelijken zin der overeenkomst gehouden was." Dezelfde gedachtengang

'Men vindt voor sommige gevallen een van den regel afwijkende verdeehng van den bewijslast. Zie de art. 1601, 1638c.

2 R. M. 1904; Rechtskundige opstellen blz. 124 e. v.; de hier gegeven definitie is te vinden Rechtsk. opstellen blz. 153.

Sluiten